zondag 6 april 2014

Activiteiten-obesitas

Weekend. Een beladen term, voor eigenlijk wel iedereen. Een term die vraagt om enige invulling, zonder nu meteen in voorschriften te vervallen. Want wat is dat: weekend?
Voor de één is dat: twee dagen om alles wat ik in mijn handen te laten vallen, mijn ziel in een andere koers te dwingen en zogenoemde ontspannende dingen  te doen.
Voor de ander is het: in een lager tempo de losse eindjes van de voorgaande week te knopen, en alvast wat nieuwe stukjes touw te knippen voor het betere knoopwerk.
Weer een ander zal zich twee dagen lang afvragen wat het nut was van de voorgaande vijf (of minder) werkdagen, en wellicht is er ook nog iemand die het nut waagt te betwisten van het nut van het onderbreken van de zo geliefde werkweek.


Ik schrijf dit op de zondag. Is dat nu de laatste dag van de voorgaande week (de zevende dag), of is het dag 1 van de nieuwe week? Het belang van het antwoord op die vraag wordt, volgens mijn
bescheiden mening althans, wel onderschat.

Als het de laatste dag is, dan gunt deze dag mij het voorrecht om geheel op apegapen de leegte te ondergaan; ik kan ter kerke gaan om mijn ziel en verstand te richten op belangrijke levensvragen;  ik kan het gezin bijeenroepen, ieder lid er van overtuigen deel te nemen aan een gezonde boswandeling in het kader van voorbereiding op een nieuwe week vol avontuur (waarom geeft dat altijd zo’n gedoe); ik kan het onkruid dat woekert tussen de grassprieten in mijn tuin te lijf gaan; ik kan ledigheid bestrijden met het lezen van boeken….
Gapen. Kerk. Bos. Onkruid. En dat alles met zo’n gevoel van: moet dat nu? Waar was het goed voor?
Maar als het de eerste dag is wordt het ook meteen een dag die in een ander daglicht komt te staan. Een eerste dag is een dag waarop je begint met… Werk? Kerk? Bos? Onkruid?
Gek… Dezelfde dingen. Ander daglicht: alles in de tegenwoordige en toekomstige tijd. Andere motivatie.

Gek word ik er van. Nooit krijg ik de grijze massa tot stilstand? Maar wel eerlijk: als het dan toch niet stil staat, dan graag in de tegenwoordige en toekomstige tijd.

De vakbladen net uitgelezen; ja, beide gaan ze over werkdruk. Teveel, te weinig van het goede, teveel wat moet. Gesprekken van bondsmensen met leerkrachten, gesprekken van bondsmensen met ‘de politiek’’….
Citaat van Bussemaker: “Leraren moeten eens wat vaker ‘nee’ verkopen. Ze kunnen toch zelf ook nadenken? Heeft dit zin? Moet dat echt?”
Of deze, van Anneke de Wolff, directie Leraren Ministerie van Onderwijs (mooi, hè, je kent haar niet eens en ze gaat over jou), op een vraag van een docent die ‘het moeten’ beu is en vraagt of er een plaats is waar je alles kunt vinden wat van de inspectie moet; de Wolff antwoordt: ‘Kijk op de website van de inspectie. Scholen moeten in el geval planmatig werken. Een groepsplan is daarvoor afdoende. Van de inspectie hoef je geen individuele handelingsplannen te maken. En als leraren dat wel moeten: da dan in gesprek met je schoolleider.” En we hebben het dan nog niets eens over SF, BF, DA etc.

Twee keer dezelfde boodschap: leraren kunnen toch nadenken?
Jawel, zul je zeggen, natuurlijk kan ik dat; ik doe niet anders, ik pieker me suf, maar er is niemand die naar me luistert...

Nu denk ik dat ik wel wat tongen heb losgemaakt. Maar ga toch even bij je zelf te rade. Heb jij je vakblad gelezen (of ben je geen lid van een bond)? Heb jij gekeken op de website van de inspectie? Nu ga je dat meteen doen natuurlijk; maar waarom? Om te zoeken wat je niet meer hoeft te doen?
’t Is net als met Passend Onderwijs… Laat je het over je heen komen om vervolgens te roepen dat je zoveel moet?
Ga, als je dan toch even rondneust op internet, ook even naar wij-leren.nl. ’t Is net hoe je naar de zondag kijkt: de laatste of de eerste dag.Inspectie-site of wij-leren.nl.

Ander onderwerp, ook uit de pers: grote-kleine klassen. Kleine klassen zijn beter. Maar hoe klein is klein, en hoe groot is groot? Ik heb er een mooi boekje over gevonden, geschreven in mooie heldere mensentaal: David en Goliath. Nee, het stond niet op de religieuze boekenplank, maar ik mag het wel lezen op zondag. Ik kom er op terug.

En wifi? Vandaag duidelijk de laatste dag van de week. Onkruidstudie, slapen, vogeltjes kijken, vreten, slapen. Niet te porren voor welke intellectuele activiteit dan ook. Zij wordt er niet dik van.

zondag 30 maart 2014

Het begint met een P...

Even heb ik getwijfeld of ik het met jullie zou delen. Dat vanuit het perspectief dat je alleen bij de gedachte al de focus op je lesgevende taken van aankomende dagen enigszins kwijt zou raken. Het gaat hierbij niet om uitspraken van Alexander Pechtold, mevrouw de minister Bussenmaker (of was het Bussemaker?) of de voorzitter van de Onderwijsbond CNV. Eerlijk als ik ben zeg ik het nu ook maar straight: Rein had een heel weekend last van een voorjaarsbuikgriep. Wat begon met een duidelijk aanstormende verkoudheid, vergezeld van een flink ontstoken keel, liep uit in een …. Nee, je begrijpt, ik kan hier niet in detail treden. Mijn moeder zaliger heeft me in de jaren zestig van de vorige eeuw geleerd alleen het hoognodige mee te delen.
Dat tegenwoordig iedere Nederlander beschikt over de mogelijkheid alle droefheid, ondergaan leed en ontevredenheid meteen op het wereldwijde web er uit te kotsen (een soort van digitale buikgriep dus) heeft bij mij niet het gevolg gehad een aangeleerd waardenpatroon te wijzigen  (hulde aan mijn moeder).
Je zult dus niet op mijn Facebookpagina, of mijn twitteraccount, of in mijn blog op onaangename wijze kennis kunnen nemen van mijn persoonlijk ervaren buikgriep. Verder zeg ik je toe dinsdagochtend met keurig gewassen handen het schoolpand te zullen betreden.

Mijn hoogsensitieve kat heeft mij dit weekend dan ook grotendeels volslagen genegeerd. Dat doet het beest wel vaker, maar nu had ze er ook nog een uitdrukkelijke reden voor. Van haar kant dus geen dwingende adviezen, geen opbouwende kritieken, doch slechts stilte. Misschien wel een opkomende griep?

Op diverse plekken werd ik de afgelopen week weer geconfronteerd met Passend Onderwijs. Jullie ook? Zo niet, dan heb je gemist dat afgelopen week betiteld was tot ‘Week van Passend Onderwijs’.
Het blad PrimaOnderwijs.nl, maart 2014, ging volledig over Passend Onderwijs; er is inmiddels zelfs al een Week van Passend Onderwijs (net zoiets als de Week van de Geschiedenis, of de Week van de Ruimtevaart…?). Subtiteltjes als ‘Omgaan met verschillen’, ‘Iedereen kan excelleren’ en ‘Differentiëren is te leren’ moeten verleiden tot lezen.
Stel dat je nu niet wist van die ‘Week van Passend Onderwijs’: hoe kan dat toch? Interesseert het je dan helemaal niets? Heb je het idee dat het jouw deur wel voorbij gaat? Denk je dat de werkgever je eerst wijzer moet maken? Wacht je liever nog even af om te zien wat ‘ze’ nu weer voor je hebben bedacht?
Natuurlijk: de ‘mensen die er verstand van hebben’ weten je mee te delen dat er voorlopig niet zoveel gaat veranderen. Vraag je dan niet af waarom het onderwerp met zoveel tamtam wordt gebracht? Als er dan toch niet zo veel gaat veranderen, waarom dan zoveel poeha?

Natuurlijk gaat er wat veranderen! Anders was deze hele poppenkast niet nodig geweest. Maar ik vraag me wel eens af: gaat de bureaucratie deze slag winnen, of klopt de titel van een artikel in het blad van de Onderwijsbond CNV, Schooljournaal nr.: 6? Daar staat namelijk boven:
Omslag in denken nodig om Passend Onderwijs te laten slagen
‘Focus op kwaliteiten, niet op beperkingen!’
Dat vergt een paar omslagen, niet alleen in denken.
Allereerst in de klas: je mag fouten maken om er van te leren, ook bij een toets. Die toets is er dan vooral om te laten zien wat je al kunt.
Ook een omslag in die toetscultuur; waarom moeten sommigen leerlingen altijd toetsen maken van wie ieder te voren al weet wat het resultaat zo ongeveer zal zijn? Waarom wordt er zelden getoetst wat je op school nog niet geleerd hebt?
Een omslag in het kijken naar en praten met een leerling; een leerling is geen optelsom van toetsresultaat, maar een mens met kwaliteiten en tekortkomingen.
Een omslag bij bestuurders, de schoolinspectie en de politici: focus op de dingen die goed gaan, maak afspraken over de zaken die beter kunnen.

Kortom, als je het in gewone mensentaal wilt zeggen: laat het vertrouwen in de leerling terugkomen.
Stiekem hoor ik jullie al denken: en het vertrouwen in de leerkrachten dan?  Dat komt niet van zelf. Als je leerkracht bent moet je dat vertrouwen verdienen. Bij ècht Passend Onderwijs staat de leerling weer ècht centraal.

Misschien zal ik de volgende keer iets schrijven over de dubbelzinnigheid van Wifi en Passend Onderwijs. Voor nu kan ik mijn boekenkast verrijken met twee nieuwe boeken:
'Basisboek Mediërend Leren' Van Loo & Van Doorn, Uitgeverij Boom (let op het mooie woord Mediërend in de titel)
'Hart voor leren!, Passend Onderwijs in de klas', uitgegeven door het CPS.

zondag 23 maart 2014

Meer of minder

Oef. Wat is een weekend kort. Vooral als je de stapel leesvoer ziet die vanaf vrijdag het huis binnen druppelt: een krant, nog eentje, twee vakbladen, een computerblad,  Kidsweek, Home & Garden, een
stapel folders, het blad Onderwijsinnovatie van de Open Universiteit, en de Donald Duck. Je snapt dat een weekend dan omvliegt! En jazeker: het is een ouderlijke plicht om kennis te nemen van de inhoud van de Donald Duck; je hoort te weten waar je kinderen mee bezig zijn.
Neem nu alleen die twee kranten. Tot in de kleinste details is mij nu voorgerekend hoe geweldig de verkiezingswinst van D’66 wel niet was, en hoe enorm de neergang van de PvdA. De effecten op het landelijk regeringsbeleid, het eerste vrouwelijke gemeenteraadslid van de SGP, de opkomst van de locals, de gevolgen voor de prijs van bloemkool: ik kan weer overal over meepraten. Geert ook. Die staat weer dagelijks in het nieuws. Enne… waar het eerst ging over meer of minder Marokkanen, gaat het nu alleen nog over meer of minder kamerzetels, met al die weglopers….

De vakbladen hebben wel de overhand. Waar twee frikken samen zijn, is de onderwijswereld altijd te klein. Tsjonge: wat kunnen wij het toch volslagen oneens zijn. Of juist eens.
Zo ging het dit keer in beide bladen (het blad van de AoB, en Schooljournaal van het CNV) over leraren en professionalisering (om het simpel te zeggen: leren leraren ook?).
Ene mevrouw heeft dat onderzocht, en ze kwam tot de conclusie dat er twee soorten leerkrachten zijn: vakgerichte en leerlinggerichte leerkrachten. De eerste is het type dat vooral bezig is met kennisoverdracht en alles daaromheen, de ander is juist heel erg bezig leerlingen te verleiden tot leren. Twee zorgelijke conclusies
uit haar onderzoek: vakgerichte docenten zijn het minst geneigd zichzelf te ontwikkelen, en in Nederland komt het type ‘vakgerichte docent’ het meest voor. Oei, oei. Waar is de spiegel….?

In het andere vakblad, het Schooljournaal, maakte de voorzitter van de bond een verwijt aan Thom de Graaf (ja, juist, die vroegere fractievoorzitter van D’66, die nu voorzitter is van de Vereniging Hogescholen). Zij verweet hem de leerroute MBO >> Pabo af te sluiten, terwijl hij eerder aangaf meer selectie aan de Pabo-poort te willen. Nu kan ik het aantal punten, waar ik D’66 gelijk geef, op één hand tellen, maar nu ben ik het dan toch echt eens eens met een D’zesenzestiger. Helaas blijkt de bondsvoorzitster niet goed te kunnen lezen, of misschien begrijpt ze meneer de Graaf niet helemaal, maar: natuurlijk moet de selectie in het eerste Pabo-jaar en daarvoor streng zijn (misschien nog wel strenger dan nu). Wie drie keer een rekentoets moet afleggen om zijn kwaliteit te bewijzen als toekomstig docent met didactische rekenkwaliteiten….; misschien is het dan verstandiger om de dingen bij hun naam te benoemen?

Met Wifi is dit weekend ook gesproken. Je snapt dat met zo’n beladen onderwerp als de uitspraken van Geert Wilders onze allochtone kat zich ook aangesproken voelt. Immers… Stel dat morgen de een of andere dwaas opstaat en aan de mensen in Hardenberg zou vragen: “Wat willen jullie: meer of minder Siamezen?”, en de menigte zou scanderen dat ze er minder willen? Je bent, ook als Siamese poes, straks het onderwerp van discriminatie! Terecht maak je je daar zorgen over; waarheen, als je door de mensen waar je tussen woont, niet meer gewenst bent?
Natuurlijk moet je daarover praten. Natuurlijk komen er dan persoonlijke dingen aan de orde. Herkenbare dingen, zoals ze ook in grote stadswijken aan de orde zijn: poepen in andermans tuin, gekrijs en gehuil in nachtelijke uren, diefstal van vis van buurmans barbecue, insluipingen in de buurt.
En Wifi is zich daar ook wel bewust van: er zijn poezen (van onbestemd ras weliswaar) die zich aan dat soort zaken schuldig maken, waardoor ook haar naam besmeurd raakt.

Zij kwam met een oplossing, eentje uit onverwachte hoek. Ze stelde
voor een speciaal Siamezenteken te gaan dragen; zo zouden anderen kunnen zien dat zij zich niet schaamde voor haar afkomst. Verder dient zij, met collega’s van haar Vrije Siamezen Bond, nu ook een aanklacht in tegen Wilders. Want: alleen de suggestie van het bestaan van criminele Siamezen… Ze gruwt al van de gedachte…. 
En: ze heeft beloofd dat als ze ook maar één keer zakt voor de Siamezentoelatingstoets tot de Pabo, gaat ze zich meteen inschrijven voor de eerste Marsreis….

Verbaas je er nu niet over dat er volgende week iets in de krant kan staan als:
"Voorzitter Bond van Vrije Siamezen biedt excuus aan" en "Bond van Vrije Siamezen in één week vijf zetels in epiling gestegen".

zondag 9 maart 2014

Pechtold for President...

De CITO voor Wifi zit er op. Net als voor de kinderen op school.
Voor Wifi is de teleurstellende uitslag binnen. Voor zo’n mooi vormgegeven en super-intelligent wezen
beschamend; ik hoor jullie al denken: ‘Dom blondje….’. En ja: waar de ene leerling volgend schooljaar goedbevonden is voor vmbo-t en de ander voor havo-vwo, moet Wifi het waarschijnlijk doen met een praktijkschool.
Vandaag hebben we samen een sollicitatiebrief geschreven aan de minister. Jawel, aan hare ministeriële mevrouw Bussemaker herself… PvdA-minister, dus normaal onbereikbaar voor het volk (dat is een verkapt stemadvies, hoor), maar nu toch plotseling ‘benaderbaar’ zoals dat in de weken vooraf aan verkiezingen behoort. 

Samen met haar oranje maatje meneer Dekker beloofde zij onlangs gouden bergen. Je weet hoe dat gaat: de een of ander sleept weer een hoop geld op tafel (in dit geval die meneer D66 Pechtold, zo van: ik wil alleen meedoen als ik zeshonderd miljoen krijg), de minister zegt er een poosje helemaal niets over, totdat…
Precies: er nieuwe verkiezingen voor de deur staan….
Let op hoe het cadeaulijstje er uit ziet:
- extra geld voor het aantrekken en in diensthouden van concierges en klassenassistenten
- verbeteren van ict-vaardigheden van docenten
- betere begeleiding van startende docenten. En:
- dit moet er nu voor zorgen dat de werkdruk van docenten gaat verminderen!
Gewèèldig!! Zei ik een paar weken geleden niet ergens dat deze minister het buskruit niet had uitgevonden? Neem me niet kwalijk zeg, wat heb ik me daar toch hete kolen op mijn bijna kale schedel opgestapeld… Ik neem alles terug, wat ik ooit over haar gezegd heb! Alles!
Al die ontslagen conciërges van twee-drie jaar terug. Al die klassenassistenten die er de laatste jaren uitgebonjourd werden. Dat was de oorzaak van al die grote groepen natuurlijk. Gelukkig: net voor de
gemeenteraadsverkiezingen zag deze minister het licht. Van Pechtold! Pechtold: de verlosser van de leerkracht!
En nu? Voor vijftig miljoen (50.000.000,-): de conciërge komt terug! De klassenassistent zal weer paraat staan. De leerkracht eindelijk ict-vaardig! De ketenzorg in optima forma. De conciërge laadt de batterijen van de tablet, de klassenassistent deelt ze uit aan de leerlingen. En de leerkracht? Achteroverleunend in zijn ict-vaardigheid stuurt hij zijn pupillen onbekommerd door de leerstof, op weg naar PISA-scores…

Wifi, mijn ‘dom blondje’: zij zal, schouder aan schouder met al die collega’s van d’r, later een puike klassenassistent kunnen worden. En daarom: een keurige brief, hoor.

Eh… niet iedere school krijgt natuurlijk nu een conciërge. En ook geen klassenassistent. Dat kan niet van € 50.000.000,-. Ik ben nu zo benieuwd waar die andere € 550.000.000,- naar toe gaat. Het kan bijna niet anders dan dat daar iPads voor worden gekocht. Immers: je moet toch wat met je vaardigheid. Toch?

Ik neem toch maar niet alles terug wat ik gezegd heb.... Eerst die iPads maar eens binnen halen.
Beetje buskruit erbij in de envelop...

zondag 16 februari 2014

Afluisterschandaal


Met een aardappel in je mond praten: het was niet best als ik dat thuis deed. Ik heb het er grondig afgeleerd.
Hoe dat moet was deze week te zien tijdens een oppositiefeestje in de Tweede Kamer. Minister Plasterk moest opdraven om uit te leggen hoe het nu ècht zat met die afluisteraffaire. De hele avond heb ik zitten luisteren, en een deel van de nacht ook, en nu pas begin ik te begrijpen waarom deze man heet zoals die heet. Hij zal wel niet alleen een sterke plas hebben, maar kan ook sterke verhalen vertellen met droge ogen. En dit keer hield ie met z’n verhalen z’n voeten ook droog.
Een politieke carrière? Voor mij niet weggelegd, kan niet met een aardappel in de mond praten…
Ik weet niet hoe het jullie verging, maar: heb je nou niet dat je bezorgd bent geworden? Want laten we eerlijk wezen; deze man was vroeger minister van onderwijs. Tijdens het debat heb ik de hele tijd zitten kijken naar wie er nog meer aanwezig waren. Minister Hennis natuurlijk, die er de hele avond bij zat te kijken of Plasterk haar de hete aardappel niet op het bord zou leggen (en daarom zag je af en toe haar adamsappel sterk op en neer vliegen, alsof ze zich verslikte in een… eh, aardappel).
Geen Rutte in de zaal. Die zal wel gedacht hebben: laat ie maar stikken in z’n eigen aardappel. Maar wat mij nog meer verontrustte: geen minister Bussenmaker!

Ik kan je garanderen dat ik me daarover niet voor niets ongerust maak. Nog maar twee weken geleden heb
ik contact gehad met iemand van de PO-raad, over de actiegroep die de CITO-toets wenst af te schaffen… Onverbeterlijk, die PO-raad-man. Een week later een groot artikel van meneer staatssecretaris Dekker, die ons (in onderwijsland) oproept te stoppen met kritiek en gemopper op de CITO-toets. Beiden heb ik verweten niet te kijken naar de werkelijkheid van het toetsen: oefenen vooraf, voorlezen, voorzeggen van antwoorden, uitsluiten van deelnemers… Alles gebeurt, en dat zonder enige vorm van controle…

Geen Bussenmaker in de Kamer… Pas dit weekend ging mij dit serieus verontrusten. Waar was zij? Waar was Sander Dekker?  Wat zouden zij uitspoken? Plots besefte ik me dat ik had moeten zwijgen (net zoals die Hennis). Plots begreep ik waarom Plasterk niets kon zeggen. Plots besefte ik wat er aan de hand was. Niks geen afluisterende Amerikanen, niks geen afluisteren van buitenlandse telefoongesprekken en buitenlands mailverkeer… Nee, de werkelijkheid was erger!
Ik beloof jullie het schokkende nieuws dat wij over een maand of twee zullen horen! Het zal niet lang meer duren of Plasterk staat opnieuw, vanwege een afluisterschandaal, in de Tweede Kamer. Het zal niet Hennis zijn die dan naast hem zit, maar Bussenmaker!
En de kern van het nieuws zal zijn:
´Data afname CITO-eindtoets uitgewisseld met Onderwijsinspectie; 1200 groep-8-docenten afgeluisterd bij afname CITO-toets! Docenten flessen betrouwbaarheid toetsing!´
Daarom waren Bussenmaker en Dekker er niet!


Ondertussen is thuis deze week dubbel leed geschied. Allereerst is de hamster dood, leve de hamster. Daarmee heeft een jarenlang trouw gevolgd observatieonderwerp het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Wat het leed nog verergerde: terwijl de krant bol stond van weer iemand die pas na vijf jaar dood in huis was gevonden, lag ook onze hamster al twee dagen dood in zijn kooi (weliswaar onder het hooi, maar toch). En we hadden nog zo stellig beweerd dat het ons nooit zou overkomen…
Met gepaste stilte is het diertje ter aarde besteld, in de tuin.

Of dit iets te maken heeft met het volgende, ik weet het niet. Ook Wifi heeft de
afgelopen week de CITO-eindtoets afgelegd. Ik heb de toetsen zelf maar nagekeken (ik bedoel: dat gaat toch aanmerkelijk sneller, niet waar?). Wel, de eindscore is allerbelabberst: nog geen 10 punten.

En ik heb nog wel zo voorgeleen en voorgezegd….

zondag 9 februari 2014

Kat plat

Het is zondag. Vandaag is ieder verplicht zich op sokken door ons huis te bewegen. Dat is een vast nummer, in de week voor de CITO-eindtoets. Immers: als je maandag weer naar school gaat krijg je een preek over je heen: dat het de CITO-eindtoetsweek is, dat het belangrijk is dat de leerlingen van groep 8 stilte ervaren, dat het niet aangaat anderen te storen, enz. enz. In huize Sybesma wordt dat traditiegetrouw al op de zondag er voor er in gehamerd. Immers: maandag hebben vader en moeder daar, in verband met hun zeer drukke werkzaamheden, geen tijd voor…. Bovendien: twee preken op één dag zetten geen zoden aan de dijk! 
Natuurlijk hebben wij in huize Sybesma dit jaar geen stresskinderen die moeten deelnemen, maar tradities zijn heilig hier… Wij (man/vrouw) zeiden vandaag nog tegen elkaar: eigenlijk is het toch raar dat je deze zondag zo laat verlopen, terwijl je diep in je hart het liefst dat hele CITO zou opblazen.

Nu komt het mij persoonlijk ook wel goed uit. Ik kan mateloos uitkijken naar de CITO-eindtoets. Na mijn verhaal van vorige week had je dit natuurlijk absoluut niet verwacht! Toch is het waar. Immers de zondag er vooraan verloopt thuis in een dermate stilte, dat het zo ongeveer de enige zondag is die zich leent voor een dutje door de heer des huizes. Dat is ook wel nodig, na het lezen van vier kranten en twee vakbladen op zaterdag, en zondag-na-kerktijd.  Alleen in het voor-CITO-weekend, hoor; andere weekenden blijft het bij één krant.

Ik schrijf dit stukje net na mijn middagdutje. Alles is verder nog in diepe rust. Vooral de kat. De kat ligt
Misschien is het ook wel de brief geweest, die we samen hebben geschreven… Wist je dat nog niet?
Oh ja, een groot deel van de zaterdagavond heeft het gekost… Hoe het zo kwam?
vanaf hedenochtend volledig plat, zo op het oog lijdend aan toets-shock. Ik denk dat er de afgelopen week toch te fors is ingezet op een gouden medaille voor de Siamezen-toets. Elke avond geoefend: meerkeuze-vragen-intelligentie, het boekje “Hoe overleef je de CITO-toets?”, reken- en wiskundeopgaven, vragen van het type “Wat staat er niet?” en ga maar door. Ik had niet verwacht dat dit zo uitputtend zou werken op de anders zo actieve kat. Misschien leg ik de lat te hoog, ben ik te veeleisend, is de kat te perfectionistisch, heeft het dier last van onderpresteren?

Op de voorpagina van de zaterdag-Trouw stond een groot artikel met uitspraken van Sander Dekker, de veelgeplaagde staatsecretaris van onderwijs, die het klagen over de CITO-toets beu was. Hij stelt daarin dat we moeten ophouden te klagen over een verplichte eindtoets. Het is immers zo goed bedoeld: samen
(Dat er hier en daar een schrijffout in kan zitten: neem het poeslief niet kwalijk; en omdat het een Open Brief betreft mag ik hier citeren):
uitzoeken wat elke leerling weet, samen een goede start mogelijk maken in het VO, etc.; hij is ook niet voor die vergelijkingslijstjes, etc. etc. Kortom: het bekende nummer op plaats 9587 in de top 10.000.
Bij lezing zat de kat, na een week volop oefenen, op mijn schouder mee te kijken. Bij het zien van de foto van mijnheer Dekker begon het beest spontaan op te rispen, en, nadat ik het artikel luidop had voorgelezen besloot het dier tot een spontane actie: een open brief aan staatsecretaris Sander Dekker, met een afschrift naar de vaste Kamercommissie voor Onderwijs.

Open brief aan monseigneur Kater van Onderweis
ofer de SITOtoets

Geagte heer Kater,
In Trouw heb ik kennis genoomen van uw interveuw ofer de SITOtoets. Ik fin dat uwe Excellente School behoorlijk uit de nek praat. De SITOtoets is egt nie zo goed as u segt. Ik heb er nou 2 weeken op guoefunt en ik snap et noch steets nie. Vreidag heb ik met me juf afgeprooke dat zu mu du toets heelemal gaat voorlese zodat ik het goet ga snappu. Dat is niet so iirluk, maar anders kan ik nie naar de haaffoo.
Sgaf um maar so gouw moguluk af.

Wifi Siamees Sybesma

Ik kan je vertellen: ik ben nog nooit zo trots op een Siamees geweest als op deze. Natuurlijk, er zitten wel
wat schrijffouten in, maar vertel es: wie van jullie heeft al eens zo’n Open Brief geschreven, hè, piepmiepen m/v?

Zelf ben ik ook bezig met een Open Brief, aan alle kranten. Immers: als minister Plasterk van de Zeven Provinciën deze week in de Kamer op het matje moet komen omdat hij van voren niet weet dat ie van achteren wordt afgeluisterd, dan vind ik dat het hele kabinet de dag erna in de Kamer moet komen om en public de CITO-toets te maken; dan rekenen wij er wel mee af.
Nee, jullie niet. De kat en ik!

zondag 2 februari 2014

Kat aan de lat

Nog maar enkele weken geleden is de werkgroep “Stop de CITO-toets’ opgericht. De naam van de actiegroep spreekt voor zich; het actie-item is o.a. de eindtoets. Mooi op tijd dus.
Geleend uit een prachtig
kinderboek
De PO-raad reageerde al heel vlot. In de pers werd al gauw een oordeel over het onderwerp gegeven. Ik (brutaal als ik ben) schreef natuurlijk meteen terug aan de PO-raad (waarvan ik veronderstel dat die er zit om wijze raad uit te delen). Verbazing alom, toen afgelopen week de raad mij persoonlijk antwoordde op mijn brief. Schrik!
Dit schreef ik onder andere:
De reactie van de zijde van de PO-raad op de actiegroep 'Op naar geweldig onderwijs' is op z'n minst teleurstellend. Hoe goed je bedoeling ook kan zijn met de Cito-eindtoets als controlemiddel 'op eigen onderwijs' van een school, en het leggen van een startlijn voor goed vervolgonderwijs: men weet bij de PO-raad zeer wel dat
- de resultaten van de toets door gebrek aan controle op de uitvoering en toepassing totaal ondoorzichtig zijn (oefenen, voorlezen, voorzeggen, voordoen)
- de overheid de toets al jarenlang gebruikt om scholen aan elkaar te meten.

Even los van het feit dat ook bij de raad het vermogen tot Begrijpend Lezen enige verbetering behoeft (men veronderstelt mij tot ‘lid van de actiegroep’ hoewel ik daar geen aanleiding toe heb gegeven) stond dit o.a. in het antwoord:
“Anders dan uw actiegroep is de insteek van de PO-Raad om zich in te blijven zetten voor een goed gebruik van de eindtoets. Wij zien geen nut in het afschaffen van dit hulpmiddel, omdat wij het zinvol vinden dat scholen hun eigen advies kunnen staven aan een onafhankelijk tweede gegeven.
Ik denk echter dat we uiteindelijk hetzelfde doel voor ogen hebben: een goed advies voor de leerlingen in groep 8 en bij hun niveau passend vervolg in het voortgezet onderwijs waarbij zij voldoende uitgedaagd worden maar ook niet op hun tenen hoeven te lopen.”

Ik heb maar een stukje schuingedrukt. Je snapt: wij (ik zelf en de heer van Gerven) zullen het over de eindtoets niet gauw eens worden. Ik denk dat het goed is dat je onthoudt dat de PO-raad daarmee een seintje afgeeft aan onderwijspersoneel. Zo iets als: je mag vinden wat je wilt, maar wij zijn de PO-raad, en wij adviseren de minister…. Doe er wat mee.

Dat heb ik ook gedaan. Nu ik weet dat afschaffen van de toets er voorlopig niet in zit, betekent dat voor mij, in mijn tweede rol als opvoeder, werk aan de winkel.
Zoals velen dat tegenwoordig ook doen, heb ik de afgelopen week gespeurd naar enveloppen met toetsen er in. Omdat er geen PO-school is met een kluis was het natuurlijk niet zo moeilijk alvast wat inhoud te ontdekken. Daarnaast heb ik in de afgelopen 20 jaar alle eindtoetsen verzameld, alle Entree-toetsen, alle RW-, Spelling- en Begrijpend Lees-toetsen van dit gerenommeerde instituut op de kop getikt; ik denk dat
mijn  persoonlijk dossier aan CITO-toetsen een schitterende basis zal vormen voor een museum, gewijd aan de laatste basisschool in Nederland… There is life after krimp.

Na het bespeuren van actuele toetsinhoud ben ik mijn kat gaan trainen. Dat hoort zo bij het toetsen-van-tegenwoordig. Alle stimulerende en belemmerende factoren zijn beschreven (kattensnoepjes stimuleren, frisse lucht ook; toetsinhouden belemmeren, maar ja…).
Ik heb een stimulerende leeromgeving voor Wifi ingericht, veel stimulators neergelegd (speeltjes), de buren ingeseind met het verzoek katers voorlopig een week binnen te houden, de computer aangezet voor grafische aanvulling, het beest geleerd om met twee poten een grijs potlood vast te houden, etc. Omdat het intelligente beestje al wel een ruime mate van motorische schrijfachterstand had opgelopen heb ik in overleg met de inspectie toestemming ontvangen om te helpen bij schrijf-aansturing. Inmiddels heb ik er een hele week oefenen op zitten met meerkeuze-vragen.

De vraag die na zo’n week rijst is of een Siamese poes intelligent is. Het kan ook zijn dat het beestje
dermate intelligent is dat wij er niet bij kunnen. Of: misschien is ze anders-intelligent?
In elk geval: het was de afgelopen week een moeizaam proces. Vooral de stimulerende factoren speelden een grote rol; eh… afleidende rol. Voortdurend wilde poeslief wat anders doen met ‘dat propje papier’, dat ‘elastiekje’, dat ‘lekkere snoepje’… Maar een beetje serieus de vraagstelling bestuderen: ho maar.

IK maak me dan ook ernstig bezorgd voor de komende week. Misschien moet ik wat meer werk maken van de belemmerende factoren?
Volgende week: de uitslag. Ik kan niet wachten!