zondag 26 januari 2014

Kansen!

2014! De eerste maand zit er bijna op en we zijn nog niet failliet; het eerste maandsalaris is immers binnen, en voor het eerst in jaren lijkt het weer eens meer… Goed uitgekiend natuurlijk, zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen. Wij blij, Groningen half blij.

2014! Jaar van de kansen! Passend onderwijs, afschaffing BAPO, 3e generatie CITO-toetsen en nog meer krimp: wat een kansen zullen we dit jaar niet krijgen om het met nog minder nog beter te mogen doen. Toen ik dit weekend in het bondsblad las dat er in de bovenste la van het onderwijzersbureau dozen met Ritalin-pillen en gevulde insulinespuiten te vinden waren dacht ik meteen terug aan mijn BHV-cursus van afgelopen week. Kom maar op met die pillen, ik weet er raad mee!

2014! Jaar van de kansen! In maart gemeenteraadsverkiezingen; PvdA keldert, VVD keldert. Wat een kansen! Na de raadsverkiezingen nieuwe samenstelling voor de Eerste Kamer; kabinet verliest nog meer zetels in de Senaat. Kabinet valt, Rutte struikelt, Bussemaker valt, Dekker verliest excellentie. Nieuwe verkiezingen?

Kandidaat
Ik heb er lang op in moeten praten, dit weekend. Maar: als je kansen ziet moet je ze meteen pakken en ik heb dus fors geïnvesteerd in motivatie en overreding. Ik heb tegen mijn kat gezegd: “Wifi, als je het nu niet doet, gebeurt het nooit meer! Pak je kans, bereid je campagne voor met katten uit de buurt, en ga voor je carriere! Het vaderland roept je tot je plicht, het moet worden gered uit de handen van vizieloze krentenbollen en ontspoorde gasflessen! Wifi for President!”
Het was stil in huize Sybesma. Je zag ze denken. Zou hij echt weten dat het kabinet ontploft? Zou hij echt kansen zien? Wifi op het fluweel van de troon? Wat zou dat betekenen?
Het helpt: zo’n sessie  omdenken. Mondhoeken krullen, schouders worden gerecht, glimlachen komen tevoorschijn.

Wifi op de regeringszetel… Stel je voor zeg. De kans van de Bond voor Vrije Siamezen om eindelijk een pootafdruk te zetten!
Wifi…. 1e vrouwelijke minister-president! Kattenkabinet beéindigt jaren van crisis. Kat zet stempel op kansen voor kinderen… Kat zet tanden in bureaucratie! Kat slaat nagels in Haagse stolp en blaast deze op…. Kattenklauwen doen ambtenaren rillen.
Je maakt een kat niks wijs! Bindt haar maar op het spek. Zet de kat maar bij de melk. Bindt haar de bel maar aan. Als katten muizen mauwen ze niet.  Noem de kat maar de kat. Kat in’t bakkie!


Eén zondagje kabinet timmeren: moet je eens zien.
Netwerken, hè?


2014: jaar van de kansen. Pak ze! 

zondag 19 januari 2014

Onbetaalde rekening

‘Een bijkomend voordeel’, besluit Henk van der Weijden, ‘van deze geheel andere opzet van de kwaliteitsbewaking is dat het onderwijs straks niet de rekening gepresenteerd krijgt voor de bezuinigingenwaar zij zelf tegen waren. Want dat is bij ongewijzigd beleid de te verwachten uitkomst. De inspectie zal namelijk de aantasting van de 
inspectrice
kwaliteit toeschrijven aan incompetentie van leraren. De scholen die de inspecteur op zijn beeldscherm voorbij ziet trekken en die aardig hebben gescoord op de toets, krijgen het ‘vertrouwen’ van de inspectie en worden maar één keer per vier jaar fysiek gecontroleerd. En dan keer ik het even om: die andere scholen worden dus gewantrouwd! Maar wat mij nog meer stoort, is dat bij dat oordeel nauwelijks meegenomen wordt hoe de populatie van zo’n school eruit ziet. Dat gaat straks dus ook weer gebeuren. Als de kwaliteit terugloopt, zal men dit toeschrijven aan leraren die niet goed lesgeven. Dat er op een school veel kinderen zitten die door de bezuinigingen niet bij het speciaal onderwijs terechtkonden, zal niet meetellen. Die kinderen scoren minder en dat krijgt de school dus op zijn boterham.
De bron van de ellende blijft dus buiten beschouwing. En men zal dus al helemaal niet zeggen: “Deze achteruitgang komt door die bezuiniging en de andere werkwijze van de inspectie”. Daar zullen de wetenschappelijke instituten of universiteiten wel een keer achter komen. Of over twintig jaar een enquétecommissie à la Van Dijsselbloem. Dan zeggen we: “Dat hadden we eigenlijk niet moeten doen.” (Citaat Henk van der Weijden, oud-inspecteur)
Excuus voor dit nogal lange inleidend stuk. Beter een heel citaat in de hand dan tien inspecteurs achter een
Terwijl ik dit schrijf zit mijn kat op  de rand van het beeldscherm te grijnzen. Misschien is het ook wel een vuile blik, wie zal het zeggen. Het beest vermaakt zich als Vrije Siamees waarschijnlijk tot in haar scherpe nagels, omdat ik er zo kwaad over maak.

Ik denk terug aan eind jaren tachtig. Op de school waar ik werk wordt, samen met 99 andere scholen en een universiteit, gewerkt aan de ontwikkeling van het eerste leerlingvolgsysteem in Nederland. Wij trots, immers: straks zouden we de resultaten van onze prachtige leerlingen in grafiekvorm kunnen presenteren. Een collega zegt nog, zo tussen neus en lippen door: “Het is natuurlijk wel een mooi middel voor de inspectie om te controleren….”. Wat een wantrouwen…
bureau, zal ik maar zeggen.
Nu zijn we 25 jaren verder. CITO heeft de macht, inspecteurs hebben geen enkel zicht meer op de werkelijkheid-in-de-klas, leerkrachten worden geacht tovenaars te zijn en internationale vergelijkingsbarometers bepalen de windrichting (vooral oostenwind tegenwoordig). En we weten wie het gedaan heeft als er iets niet op orde is. De zogenoemde inspectiekater….

Dat was de sombere kant. Afgelopen week stonden de excellente scholen in Nederland even in het zonnetje (een januari-zonnetje, dat wel). Ze zijn er dus toch! Ook daar worden toetsen afgenomen, en ook daar houden inspecteurs toezicht. Ze staan niet allemaal in Wassenaar-achtige dorpen. En toch… zijn ze excellent. Dat lijkt me een uitdaging. Toch?

In een artikeltje in het AoB-blad stelde Herman Godlieb, bekend van zijn schrijfsels in het Nieuwsblad van het Noorden: “Mogen minder excellente leerlingen alsjeblieft ook nog plezier hebben in school?”
Ik heb een hele week lopen oefenen op deze zin. Probeer maar eens. Beetje spelen met de klemtoon, dan kunnen  er heel wat verschillende dingen staan.
Hij had zich beter kunnen afvragen of meer excellente leerlingen dat plezier in school mogen beleven. Voor de minder excellente is de vraag dan al beantwoord….
Zo vanne… laten we ook eens wat anders doen dan taal of rekenen…. Dansklas, een eigen korfbalteam, studiebollenbal, koken-voor-ouders, ons eigen winkeltje en andere praktijkzaken, onze filosofenclub…. Ik bedoel maar… wij zijn toch ook ergens excellent in?

zondag 12 januari 2014

Talentmanagement? Hoezo?

Schokkend nieuws over tieners/pubers afgelopen week! Nee, dit keer geen drank of drugs, geen pesterij of misdaad… Nee, gewoon iets uit het dagelijks bestaan van pubers:
“Huiswerk is al gauw te moeilijk, maar een game kan nooit te moeilijk zijn”!
Dat is toch redelijk schokkend, niet waar? Maar dat was niet alles, het is kan nog een slag erger.
Andere titel: “Waarom tieners zich dood vervelen in de klas”; ‘Schoolsysteem sluit weinig aan de behoeften van jongeren”; Apatische verveling slaat toe”.
’t Is crisis, dus ik doe er nog maar een schepje bovenop (doseren helpt, zeggen ze wel eens, en zo lang ze nu al doseren duurt de crisis ook al; daarom alles maar in één keer op tafel). In november heeft de WRR (de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) een rapport uitgebracht, onder de titel “Naar een lerende economie”.
Ook hier een beetje crisis, maar dan van een andere soort, een soort die we ons serieus aan mogen trekken, of we nu werkzaam zijn in het onderwijs of daarbuiten. De Raad heeft uit langdurig onderzoek en analyse van de wereldeconomie een aantal conclusies getrokken die er niet om liegen. In het rapport is ook een hoofdstuk gewijd aan onderwijs.
Al met al stemt dat niet vrolijk, als de Nederlandse economie als uitgangspunt wordt genomen. Er staan dingen in het rapport die we in onderwijsland het liefst niet willen zien en wel ontkennen. Maar vooruit: in crisistijd moet je met de neus op de feiten worden gedrukt (het moet wel eens door de strot gedouwd worden).
Nederlands onderwijs wordt wel vaak vergeleken met dat van de Verenigde Staten. Het komt er dan steevast gemiddeld beter uit (fijn toch?). Maar waarom zou je je blijven vergelijken met wat bepaald niet meer het slimste jongetje van de klas is?
Zet Nederland eens in het rijtje Singapore, Zuid-Korea, China, Finland, Japan en Canada: dan scoren we elk jaar minder. Langzamerhand gaan kwaliteit van basisonderwijs en voortgezet onderwijs achteruit in de vergelijkingen; niet omdat er steeds nieuwe landen bij komen in het rijtje, maar ècht in vergelijking tot deze vier.
Daarnaast zegt het rapport: ‘op het Nederlandse schoolplein is het opleidingsniveau van de gemiddelde ouder hoger dan dat van de leerkracht’. Daarmee is meteen een trend gezet, want: ‘het gemiddelde opleidingsniveau van kinderen zal wel eens lager kunnen worden dan dat van hun ouders’, anders gezegd: de emancipatie van de burger is geslaagd en af.
Onderwijs van de komende decennia moet vooral talentmanagement worden; weg van onderwijs als in de tijd van de overgrootouders waar moeders vaak thuis zaten tussen de middag om kinderen op te vangen, waar vakanties waren gerelateerd aan oogsttijden, waar leerlingen allemaal worden klaargestoomd voor banen waarvan een deel niet meer bestaat als ze ‘groot’ zijn, waar creativiteit is ondergesneeuwd (terwijl het juist zo belangrijk is voorde banenmotor) en waar kindeigen talenten niet of nauwelijks uit de verf kunnen komen.

In mijn observatorium struint een hamster rond. Regelmatig mag het beest vrij. Dat is betrekkelijk, want er
struint ook een kat rond, die zich vermoedelijk geen raad weet met een Vrije Hamster (dat past niet in het Bondsplaatje).
Die hamster beschikt over (voor zover ik het tot nu toe heb begrepen uit observatie) een uitmuntend treitertalent. Je zou zeggen: al rollend in de vrije ruimte zal het beestje pogingen doen van de weg te rollen.
Integendeel; het fenomeen doet zich andersom voor. De kat kijkt, speurt, maar doet ook gauw een stap terug als hamsterlief te dichtbij komt.

Ik denk even terug aan de pubers: apathisch, dood vervelen, hangen… totdat er gegamed mag worden; dan gaan meteen de remmen los, worden de rollen verdeeld, wordt de apparatuur geïnstalleerd en gaat het spel los….

zondag 8 december 2013

De lat

Ik zit vanavond voor het eerst op mijn nieuwe kamer. Met nostalgische gevoelens, dat wel.

Ooit, lang geleden, toen wij dit huis hebben betrokken, ben ik begonnen op deze kamer.
’t Was de kleinste kamer van het huis (op de wc na dan), en ik werd met boeken en al hierheen verwezen. Ik kan mij niet goed meer herinneren of dit ook uit eigen keus was, of ik geprotesteerd heb… Wat ik wel weet dat de inrichting van dit kamertje mij er toen acuut toe gebracht heeft bij de Gamma een boorhamer te gaan kopen. De Gamma, ja; die was er toen al in Hardenberg, en zat in het gebouw van de melkcoöperatie. Zowel boorhamer als melkcoöperatie zijn inmiddels gesneuveld, de Gamma niet. Die is inmiddels al tig keer verhuisd.

Maar goed, even bij de les: het gaat dus over mijn nieuwe oude kamertje. Het is inmiddels een doorgangskamertje geworden. De Circle-of-Life is hier wezenlijk voelbaar. De verdringing ook.
Eerst kwam ik er in, toen de ene na de andere zoon, en nu zit ik er weer.  De tijd die ik hier niet door mocht brengen was de tijd van verbanning, naar de zolderkamer. En nu die tijd eindelijk voorbij is, zit ik weer op het kleinste kamertje. Op de wc na.
Voor mij hangt het computerbeeldscherm aan de muur.  Links van mij is het raam, waardoor ik de gehele tuin kan overzien. Recht de overkapping in, met de gezellige kerstverlichting van nu…
Achter mij staat de wand geheel volgebouwd met een steigerhouten boekenrek. Geheel gevuld met boeken inmiddels. 1500 kilo zo ongeveer… 

Het toetsenbord, waarop ik dit gezwam tik, staat op het volledig gerenoveerde steigerhouten bureau.
Voor de rest is het chaos. Papier, tijdschriften, rommeltjes, gevonden voorwerpen….
Eén troost. Vanmorgen was het drie keer zo erg. Het steigerhouten stonden strak in het gelid, klaar om samengebouwd te worden tot wat ik van plan was te realiseren: voor het eerst in mijn leven een leeg bureau! Geen frutseltjes en fratseltjes, geen papieren, geen boeken, geen pennenbakken, nee, gewoon leeg! Nou ja, op toetsenbord en muis na….

Commentaar dus, over de frutsels en de fratsels…. ‘Hoer komt je bureau nu alweer zo vol, waar haal je toch al die troep vandaan, doe toch es wat weg, zal ik je helpen…’ En dat is nog maar een uittreksel. Zelfs heeft men al aangeboden de kat op mijn kamer los te laten, omdat dat beestje er wel een gat in zag….
Niemand die ziet dat het vanmorgen drie keer zo erg was. Alleen maar zicht op wat het nu is. Geen verwachting voor de toekomst, alleen maar gebrek aan hoop vanuit het nu.

Ik raak aan de lat. Aan de steigerhouten lat, om precies te zijn, Ik heb nog wel een paar stukken over: beetje bijslijpen, beetje inkorten en dan zijn ze multifunctioneel inzetbaar. Als slaghout, of als poort-afsluiter. Ik kan tenslotte altijd nog door het raam het dak op.


Ik zit vanavond voor het eerst op mijn nieuwe kamer, en het is er een chaos. Gelukkig is Boer zoekt Vrouw zo meteen voor de TV. En als ik die boeren zo zie is er voor mij en mijn nieuwe kamer nog wel wat hoop….

zondag 1 december 2013

Struikelen.


Krimp. Dalende leerlingaantallen. Kleine scholen. Grote scholen. Kleine dorpen. Stadskernen.
Jongensproblematiek. Gedragsproblematiek. Grote klassen. Onderbetaald. Wantrouwen. Leerling-leraar-ratio. Aandacht. Concentratiestoornis. Afrekencultuur. CAO. Onderzoek. Fact free onderwijs.
Lumpsum. Functiemix. Carrièrepatroon.
Aha. Je dacht natuurlijk dat dit een bijdrage in telegramstijl zou worden. Mis; dan had het woordje STOP er vaker in moeten staan.
Ik heb net het vakblad uit. Dit is nog maar tien procent van wat er allemaal behandeld en benoemd werd.  Mensen nog aan toe, als je wilt kun je voor elke theorie het bewijs vinden.

Grote klassen: niet goed voor de kwaliteit. Maakt niet uit, zegt de andere wetenschapper. In Zweden zeggen ze: gemiddelde klassengrootte 25. Maar in Nederland, op de grote scholen, struikel je over de leerlingenpopulatie in je hok. Je kunt (bij wijze van spreken) zelf beter op de gang gaan zitten. Ware het niet dat het er in de klas dan nog drukker van wordt.
Hoe groter de groep, hoe meer gedoe en drukte. Hoe meer gedoe en drukte, hoe minder de concentratie. Tot zover allemaal logisch. Totdat de minister er een onderzoek naar laat doen.
Gek: heb jij dat gevoel nu ook? Dat je de uitslag al weet als de minister het nog moet laten onderzoeken?
met veel gedoe heeft vermoedelijk meer met jou te maken dan met de groepsgrootte.
Zie je wel? Grote klassen, dat kan prima. Fysiek past het, en straks past het onderwijs ook. Als het Passend moet.

Maar dat is niet eerlijk; dat komt door jouw structureel wantrouwen in politiek. Kijk, dat jij een grote groep hebt

Tsja. Als je dat vergelijkt met de omstandigheden waarin een Siamees opgroeit. Kijk maar eens naar de leerling-leraar-ratio. Vier leerlingen in het gezin en één leraar.  Een prima ratio. Maar vier personen die je hoeft aan te leren jou te aaien. Bovendien staan ze zo in de rij  voor zo´n activiteit. Wie heeft er zelfs zo’n aandacht ratio?
Je hoeft nooit vaker dan in vier handen te bijten als het je niet meer aanstaat.
Twee keer miauwen, en er staat al iemand klaar om je van voer te voorzien.
Concentratie, ook zo iets. Een Siamees kan zonder enige moeite voldoende concentratie opbrengen
om, volkomen ontstoord, uren te slapen.
Jongensproblematiek? Daar staat mevrouw ver boven inmiddels. Fact free onderwijs? Cat-free onderwijs, zul je bedoelen.
Krimp: daar heeft zo’n beest absoluut geen last van. Hoe nat het buiten ook was, een half uurtje met het lijf op de kachel, en nog steeds super-ruim in het vel.

Kortom:  een leven als een Siamees! Beter dan zo’n hondenleven in een overvolle klas….

zondag 24 november 2013

Houd de dief

Nog even verder breien op vorige week, waarin ik stelde dat leerkrachten terecht gekomen zijn op de onderste sport van de ladder (net als de politieagent en de verpleegster), en dat dat niet alleen maar komt omdat ‘die ander’ (de onderwijsinspectie, de minister, de manager) de schuld heeft maar dat maar al te vaak de beroepstrots verdwenen is…
Uit onderstaande moet je niet denken  dat ik tijd over had om weer een congres bij te wonen. Bovendien ben ik geen schoolleider, dus ik had er ook niets te zoeken (ik hoor ook maar gewoon bij het voetvolk).

Stel je voor: je woont een congres over pedagogisch leiderschap bij, en de spreker zegt:
“De school van tegenwoordig prikkelt niet langer de nieuwsgierigheid van kinderen en helpt hen niet zichzelf te motiveren. Ze maken van alle leerlingen voorspelbare, uniforme producten. Onderwijs is een doodlopende straat en school is een fabriek met te veel bureaucratische regels en standaardtesten. We stelen de dromen van kinderen! Er moet meer aandacht komen aan persoonlijk leiderschap, passie en creativiteit!”
“Wacht niet op een besluit uit Den Haag, want dan kan je wachten tot je een meterslange baard hebt”.
Gelukkig ook nog iets over mijn aandachtsveld ICT:  “Ook in het onderwijs kun je een technologische revolutie verwachten. Het zou naïef zijn om te denken dat daar alles blijft zoals het is. De helft van de postbodes had met de komst van email ook niet direct verwacht dat dit hun baan zou gaan kosten.”


Dit wordt over jouw vak gezegd, en dus over jou. Zo kijkt de buitenwereld tegen je aan: als iemand die met de verkeerde dingen de verkeerde dingen doet…. Trouwens: niet alleen jij voor de klas, maar gewoon: iedereen die op school werkt…
Nog een citaat: “Weet je hoeveel CITO-toetsen een leerling heeft gemaakt voordat ie naar het VO gaat? Dat zijn er maar liefst 95. Heb lef en durf nee te zeggen tegen de onderwijsinspectie”.
(spreker: Ruud Veltenaar, trendwatcher, filosoof en bevliegeraar)

Genoeg uit de mond van een ander. Je kunt je nu afvragen: maar dit was toch een congres over pedagogisch leiderschap?
Precies! Dus moet het ook wel over jou gaan, toch? Want in je klas ben jij de pedagogisch leider.
(Ik loop nu natuurlijk het risico dat ik van de leider op mijn duvel krijg, maar vooruit, dat hoort bij het risico van het ‘nek uitsteken’….). Lig jij er wakker van als iemand je ervan beschuldigt de dromen van de kinderen, die aan jou zijn toevertrouwd, te stelen?

Mijn vrije Siamees zit me vanuit de Catalpa aan te kijken, met zo’n blik op de kop die wil zeggen: “Je kan
me lekker toch niet pakken…, hi, hi, hi!” Het beest heeft die plek bereikt nu ik het kippengaas van de boomstam heb verwijderd. Twee lagen dik, en het hielp geen barst. Net zo lang heeft ze gewurmd, getrokken en gepeuterd tot ze er over heen kon. Mijn ‘groter en meer’ riep bij haar alleen maar ‘dat zullen we nog wel eens zien’ op.
Zij heeft gewonnen. De inspecteur in mij heeft geprobeerd haar in mijn bureaucratisch spinsel van zogenaamde veiligheid te vangen. De vrijbuiter in haar peuterde net zo lang in het door mij aangebrachte spinsel totdat ze kreeg wat ik niet wilde. En nu heeft de pedagoog in mij het kippengaas verwijderd. Van mij mag ze de boom in.

Ik wilde dat ik zo’n vrije Siamees kon zijn… Wat houdt me tegen? Moet ik aangifte doen van diefstal, of heb ik niet opgelet en mij wat laten ontstelen?

zondag 17 november 2013

Huiswerk voor de BHV

Vraag: hoe zit dat eigenlijk met de zich repeterende kreet dat ‘het moet van de inspectie’? (ter info:
bedoeld wordt de onderwijsinspectie).
Wat moet dan… Het gaat dan steevast over CITO-toetsen, over groepsplannen met stimulerende en belemmerende factoren voor iedereen, over kleutertoetsen en … Je zult maar onderwijsinspecteur zijn tegenwoordig; net zoiets als politieman. In de ogen van het publiek kun je het niet gauw goed doen. Maar PO-coördinerend inspecteur Bijsterbosch stelt dat scholen helemaal niet zoveel moeten van de inspectie; slechts methode-onafhankelijk toetsen: 1 kleutertoets tijdens de kleuterperiode (en dat kan een andere zijn dan de CITO-toets), en vijf methode-onafhankelijke toetsen, in groep 3, groep 4 en groep 6. Op basis van de resultaten daarvan wordt, na drie onvoldoende jaren onderzocht of je een zwakke school bent.
De entree-toets is een voorbeeld van een toets die niet hoeft, maar door scholen zelf ‘misbruikt’ wordt; er wordt hevig voor geoefend in veel groepen 7, terwijl je dan al zeven jaren wijsheid hebt zitten in je LVS. En: van de inspectie hoeft het niet….
In het boek: “Het Alternatief; weg met de afrekencultuur in het onderwijs” zou je vermoeden dat de kritiek op de onderwijsinspectie er nog een sausje overheen krijgt. Voor een deel is dat ook zo, er
wordt dan vooral gewezen naar politici en het voortdurend bijstellen van koers en doel. Maar (en dat is misschien meer tekenend voor wat de schrijvers van het boek stellen): onderwijzers en leraren ontbreekt het aan beroepstrots. Zij hebben zich onderaan de machtspiramide laten zetten (net zoals dat bij politie en zorg ook is gebeurd). En, als de beroepsgroep serieus wil dat het anders moet, dan moet die trots weer terug. Anders gezegd: als je het altijd aan anderen overlaat te zeggen wat kwaliteit is, dan heb je je uiteindelijk laten promoveren tot uitvoerder….
Eh… mag je best eens op reageren.
Moet je mij eens zien zitten, gebogen achter mijn computertje. Voorzichtig tikken mijn vingers op de toetsen. Een zweem van pijn trekt over mijn gezicht. Steeds weer neem ik het pincet ter hand. Verbaasd zit de kat achter mij naar mijn gejerimieer te luisteren, en steeds weer buigt ze zich, als ik verstoord terug kijk, over haar poten en likt haar voetzolen schoon.

Naast mij staat een schoteltje. Keurig net liggen ze, naast elkaar, in het gelid. Steeds als ik er eentje naast leg tel ik ze weer allemaal na. De vijfentwintig is reeds gepasseerd. Elk apart heeft een verhaal te vertellen. Elk apart is ook meer of minder rood getint. Bijzonder zou het zijn als elk er van een blijde gedachte zou oproepen. Helaas: slechts trieste herinneringen en scheldwoorden komen op.
Nog eenmaal loop ik vandaag de trap op. Onderweg, op de trap, tel ik de houtkrassen op de muur, de deuken in de verf.  Ik knip het licht aan op mijn ‘nieuwe studeerkamer-in-aanbouw’, en dan trekt eindelijk weer een vrolijke grimlach over mijn gezicht. Nog een weekje, dan zit het er op. Dan is eindelijk die hele interne verhuizing verleden tijd, zit ieder op een nieuwe locatie, zijn alle kamers-op-verdieping van aanblik en inhoud gewijzigd. Eindelijk zal ik mij dan terug kunnen trekken op een stil en rustig plekje in mijn huis, met overzicht over tuin en veranda. Nog even, en dan voel ik mij op vakantie, zelfs in eigen huis….
Daar liggen ze, nog steeds keurig in het gelid. Het rood is langzamerhand verdonkerd en gedroogd.
Elk met eigen geschiedenis. Vrijdag, zaterdag en (stiekem) ook een deel van de zondag is voorbij gegaan met zagen, timmeren en schuren. Steeds weer staken splinters uit mijn vingers, liep het bloed over hout, vertoonde elk deel sporen van mijn hamer- en zaaggeweld. Alsof het hout je persoonlijk afstrafte voor het gemartel.
Is er ook een inspectie voor boekenrekken? Is er ook een toets ter beoordeling van de zaagkunst?
Wat gebeurt er als ik mijn ton boeken in dit rek neerzet?
Waarom hadden ze in mijn HAVO-tijd toch geen houtbewerking op het rooster staan? Wie was er
toen minister van onderwijs? Gebrek aan opleiding. Waarom moet ik toch steeds bij plank vier of staander drie pas op het idee komen dat andersom werken beter gaat, dat ik nog een cirkelzaag zou kunnen gebruiken, dat een kruiskopschroef rommel is, dat een plank van drie meter lang niet kan buigen (zeker niet als het steigerhout is), dat een boor niet om de hoek kan, dat je een bouwtekening goed moet uitwerken….
En de kat? De kat heeft op vier meter afstand voortdurend staan loeren. En steeds zag ik een blik van verwachting op haar gezicht, als ik luid scheldend weer een splinter uit mijn fysiek weg trok.
Ze moet het hebben geweten: als het boekenrek voor ruim duizend kilo aan boeken klaar is, is er ook voor haar een hoekje over…

Eén troost. In januari 2014 mag ik weer op voor de bhv-cursus. Nou, m’n huiswerk zit er tegen die tijd wel op. En mijn rek ligt er dan wellicht weer af...