zondag 11 maart 2012

De bonden en het Passend Onderwijs

Ik moet jullie wat vertellen (al weet je er al alles van, ik moet het je toch vertellen): ik was niet in de Arena…
Niemand van jullie heeft me deze week gevraagd waar ik was op de stakingsdag! Niemand!
Gelukkig was er een collega van een andere school die me achteraf opbelde en mij confronteerde met mijn gebrek aan solidariteit (ja, ja, recht voor de raap)!

Nu voel ik me enigszins gedwongen om uit te leggen waarom ik er niet was. Als je het me deze week niet hebt gevraagd omdat je het niet wilt weten… dan moet je hier maar niet verder lezen.

Weet je, ik ben lid van twee bonden. Reden te meer om te gaan staken, toch (dan krijg je eens wat terug van je duurbetaalde contributie)? Ik weet niet hoe het komt, maar als het om de bonden en Passend Onderwijs gaat, dan vertrouw ik de zaak niet; er hangt een luchtje aan, volgens mij, een minder fris luchtje. Nu moet ik dat wel toelichten...

Als een wat oudere bevoegde onderwijzer herinner ik mij de aanloop naar WSNS. En daarvoor het ontstaan van het basisonderwijs in 1985. Dat basisonderwijs was een samenvoeging van kleuterschool en lagere school, bedoeld om een soepeler onderwijsloopbaan te doen ontstaan, met als gevolg  ook minder doorstroom naar het SO. Dat laatste gebeurde niet, integendeel.
Dus kwam vanuit Den Haag de ontwikkeling van het WSNS-plan, waarmee de doorstroom van leerlingen met leer- en/of gedragsproblematiek naar het SO minder moest worden; wij, in het onderwijs, noemden dat indertijd een ordinaire bezuinigingsoperatie, ten koste van de zwakste leerlingen.
Raar, maar waar: in 2012 is precies hetzelfde aan de hand, alleen heet het nu wat anders: Passend Onderwijs. Het veranderen van de naam is daarbij een gewoonte: alsof je met iets nieuws bezig bent... Maar het is dezelfde wijn in inmiddels oude zakken.
Alleen (en daar heeft de minister een punt): de kosten van dat extra onderwijs zijn enorm gestegen.

Wel, zul je denken, leg nu maar eens uit waarom je niet in de Arena was. Dat ga ik doen, maar eerst nog een kleine vergelijking (dat is heel bijbels, een vergelijking trekken).
Minister Kamp onthulde afgelopen week dat het niet zo zou zijn dat het geen automatisme zou zijn dat de kinderopvang bij een nieuwe bezuinigingsoperatie zich geen zorgen hoefde te maken; ook daar wordt eventueel ruimte gezocht.
Nu is dat echt zo’n regeling waaraan je kunt zien dat plannen niet altijd zo slim uitwerken. Na het instellen van de bekostiging van de kinderopvang in 2005:
-     - steeg het aantal opa’s, oma’s en andere familieleden met een betaalde oppasbaan enorm (je hoeft het ze niet kwalijk te nemen, de wetgever was immers gekke Henkie)
-     - bleek het aantal ouders dat op elkaars kinderen ging passen (tegen vergoeding uiteraard) plotsklaps enorm toe te nemen
-     - ontstonden allerlei meer of minder louche kinderopvangbedrijfjes (waarvan we een Amsterdams exemplaar kennen dat diende als dekmantel voor de meest smerige handel die je je kunt voorstellen)
-     - en... ontploften de kosten van de kinderopvang ook nog eens omdat er plotseling allerlei ingewikkelde regelgeving ontworpen werd om de kwaliteit te garanderen

Herken je er iets van? Heb je je ooit afgevraagd door wie al die externe hulpverleners werden betaald, die zich tegenwoordig met de leerlingenzorg bezig houden? Nee, ik neem het ze niet kwalijk, de overheid had het immers zo bedacht? Heb je wel eens een Zorgplan ter hand genomen en je afgevraagd hoeveel manuren daar in zitten? En, als je toevallig MR-lid bent, dan weet je ook hoe weinig to-the-point de inhoud is, zowel in de gebruikte taal als in de praktische gevolgen voor jou in de klas?
Het waren de bonden die mee hebben geholpen het hele WSNS-kasteel in de huidige vorm te gieten. Veel van die bondsbestuurders uit de jaren tachtig en negentig hebben na hun bondswerk mooie baantjes her en der kunnen bekleden (ja, ook in politiek Den Haag). Meer dan eens heb ik brieven geschreven aan het bondsbestuur dat ze niet bezig moesten houden met politiek beleid; ik betaal ze om voor mijn arbeids-voorwaarden op te komen).
En nu doen ze het weer! Ze hebben het wèèr niet over mijn arbeidsvoorwaarden, maar over hoe zij vinden dat de politiek het beleid rond onderwijszorg moet inrichten. Over prestatiebeloning: daarover hebben ze iets te zeggen!
We willen toch ook niet terug naar de tijd dat het leger politiek uitoefende?
Daarom was ik niet in de Arena; ik had een sterk vermoeden voor een eigen-belangen-karretje gespannen te worden. Heb ik last van passend onderwijs? Alleen als ik niet in staat wordt gesteld mijn werk goed te doen. En als de regelgeving rondom Passend Onderwijs alleen ten koste van het personeel op orde komt, dan pas (en niet eerder) heeft de bond recht van spreken; 

Weet je wanneer je mij mee krijgt naar de Arena? Drie opties:
- als er gestaakt wordt voor arbeidsvoorwaarden  die het mogelijk maken mijn werk te doen naar de gestelde kwaliteitseisen en de daarbij behorende faciliteiten
- als er gestaakt wordt om af te komen van de rigide inspectie-eisen die het ons bijna onmogelijk maken elk kind tot zijn recht te doen komen op meer dan rekenen en taal alleen òf
- als ik een kaartje Ajax tegen Barcelona heb...

Gelukkig dachten een aantal van jullie er anders over. Zat de Arena tenminste niet leeg!

zaterdag 10 maart 2012

Schizofrenie bij een onderwijzer...


Staken…. Naar de Arena. En dan?
De hele voorjaarsvakantie heb ik er over lopen nadenken: ga ik wel, ga ik niet, ben ik wel solidair als ik niet ga, heb ik er een mening over….

Uiteindelijk ga ik niet. ’t Werk kan het niet wachten…, nee, dat moet ik anders zeggen. Ik vind dat ik de tijd niet kan missen, omdat zoveel dingen al te lang blijven liggen. Bovendien: ik sta niet voor de klas (al is dat een halfslachtig motief, want het gedoe komt op ons aller bordje).
Ik ben niet gegaan. Mijn mening over het onderwerp van staking is ook verdeeld (ja, ja, zelfs binnen één persoon kun je van mening verdeeld zijn, een soort Jeckyll and Hyde, een soort schizofreniteit).

Passend Onderwijs: volgens mij verstaan we amper nog wat de term bedoelt; je hebt de mening van de overheid, door de minister vertegenwoordigd; je hebt de mening van de kant van het Speciaal Onderwijs, je hebt de mensen in het basisonderwijs, je hebt de bonden en de PO-raad… En ieder doet er zijn zegje over, met als rode draad dat er absoluut niet bezuinigd moet worden op dit traject (met uitzondering van de overheid)….

Vandaag lees ik in mijn krant dat minister Kamp verwacht dat de kinderopvang ook in de komende bezuinigingsronde niet automatisch aan bezuinigingen ontkomt.
’t Gekke is dat ik daar wel een gefundeerde mening over heb; het is een financieringsregeling die aan alle kanten misbruikt wordt! Opa’s en oma’s werden plotseling betaalde oppas, hele families in de grote steden werden oppas van elkaars kinderen, en ondertussen werden allerlei dure instellingen gebouwd en opleidingen afgedwongen om de kwaliteit van de kinderopvang te kunnen handhaven….
Ik heb ook twee kinderen; die hebben helaas aan minder duur betaalde oppasoma’s zonder pedagogische opleiding geleden, en toch denk ik (als ik zo kijk naar de manier waarop ze zich ontwikkelen) dat ze wel terechtkomen….

Zoal een beetje voor me uit filosoferend komt ook het verleden voorbij. Ik ben 54 en loop al een poosje mee. Van al die tijd ben ik al zo’n 45 jaar geïnteresseerd in politiek (ja, ja, het zat thuis in elke paplepel!!). Zo kwam het dat ik terug dacht aan de jaren ’80 van de vorige eeuw (poeh, het wordt al ècht geschiedenis….).
De discussie toen ging over de groei van het speciaal onderwijs die afgeremd moest worden; daarvoor hadden de hoge heren en dames het WSNS-programma bedacht. Met dit program zou het mogelijk worden dat meer kinderen in het gewone basisonderwijs konden blijven. Het gekke was dat dat basisonderwijs (dat was ontstaan door kleuter- en lagere school samen te voegen) was opgericht om kinderen binnenboord te houden (meer les op eigen maat).

Morgen filosofeer ik er even over door….

zondag 4 maart 2012

Onderwijs genieten, kan dat?

In zo'n vakantieweek word je er weer eens mee geconfronteerd dat de eigen thuissituatie afwijkt van die van vele anderen. Elke ochtend verlaten dampend en stampend, op diverse tijdstippen, allerlei soorten voertuigen de straat. Velen rijden daarbij voorbij onze woning; stiekem verdenk ik ze er van dat met opzet te doen, uit één of andere vorm van jaloezie, zoiets als: zullie hebben vakantie maar uitslapen zullen zullie niet... Voor een deel klopt dat ook, tenminste deels; zelf ben ik 's ochtends extra doof, en bovendien zijn mijn reukorganen dan uitgeschakeld...

Inderdaad: bij ons thuis is iedereen zo'n beetje betrokken bij onderwijs: 2 volwassenen, 2 kinderen, 2 hamsters. De eerste twee zijn zo'n beetje actief in het bedenken en geven van onderwijs, de volgende twee genieten onderwijs, en de twee hamsters zijn, zoals bekend, onderwerp van observatie (zodat deze belangrijke vaardigheid dagelijks getraind kan worden).

In het bovenstaande staat één woord, waarover de nodige discussie kan ontstaan in ons huishouden. Is het mogelijk onderwijs te genieten?
Daarover zijn de meningen verdeeld, en de meer- en minderheden wisselend samengesteld. Juist van de discussies over dit onderwerp valt veel te leren. Heel aardig is het dan om de argumenten aan te horen. Kijk maar eens mee:
- onderwijs is leuk of niet leuk
- je kunt er wat van leren tegenover het is saai
- je moest heel veel maken en opschrijven tegenover je mocht zelf uitzoeken hoe het zat
- de les duurde lang en juf praatte heel veel tegenover je mocht lekker achter de computer
- we moesten vandaag heel hard werken tegenover ik kon lekker met de vriendjes spelen
Ongetwijfeld is deze lijst niet compleet, en dat was ook niet de bedoeling; het gaat er maar om de verschillende opvattingen over onderwijsgenot in beeld te krijgen.

Mijn vrouw heeft bij de term onderwijsgenot een heel ander beeld dan mijn jongste zoon. Waar zij geniet van voorbereiding en lesgeven, met het oog op te realiseren doelstellingen, maakt hij duidelijk dat hij dit soort zaken slechts ondergaat. Hij ziet het kort gezegd meer als noodzakelijk kwaad, beseft prima dat ie er wat van leert maar dat maakt het nog niet leuk. Zijn genot zit bijvoorbeeld meer in het indelen van de dag in perioden van pauze en niet-pauze. In de pauzes kun je genieten, daarbuiten is het genot slechts beperkt tot het denken aan de volgende pauzeperiode of computerwerk. Zij genieten beiden, maar dan wel van verschillende dingen.
Mijn oudste zoon geniet onderwijs ook, maar slechts als hij op de inhoud en uitvoering van dat onderwijs een grote grip heeft (waarbij de leerkracht, welke ook, meer ervaren wordt als sta-in-de-weg dan als componist...).

Zouden al die chauffeurs met hun dampende en/of stampende voertuigen, die des morgens de straat verlaten met een grijns op hun gezicht bij het passeren van onze woning, hun dag net zo diepzinnig besteden?

Over onderwijsgenot later meer.... eerst even de vakantie afdenken.

woensdag 29 februari 2012

Vakantie: wat heb ik er naar uitgekeken!

Vakantie: daar kun je zo heerlijk naar uitkijken,  vind je niet? Beelden van uitslapen, ontbijten van ruim een uur, de héle krant  in één keer uit kunnen lezen, uitgebreid tijd voor de hamsters, kinderen en vrouw (niet persé in die volgorde)  lekker lang op de wc zitten: dat alles  flitst in mijn geest voorbij bij het horen van die term:  VAKANTIE!!

Maar, jij en ik: we weten best wel dat dit een geheel vertekend  beeld is. We hebben er allemaal geruime tijd ervaring in en weten hoe de vork  werkelijk in de steel zit… Nee, niet dat ik me nou echt iets van van Bijsterveldt met haar 1040-uren-norm-omdat-Wilders-het-wil en haar –dt aan het eind van haar achternaam of juist niet aantrek (poeh, dat was een mond vol), maar eh…

De eerste vakantiedag slaap ik uit… eh niet. De  jongste moet zich ’s morgens om 07.45 uur vervoegen op de parkeerplaats bij het  voetbalveld, gezien het feit dat er plotseling nog ergens een inhaalwedstrijd is opgeduikeld. Op de eerste vakantiedag sta ik dus met  speciale voorzieningen voor het openhouden van mijn ogen op de
parkeerplaats om, geheel in stijl van dit wereldelftal, de wedstrijd enkele minuten daarna volledig te zien mislukken…. Mijn vrouw en oudste zoon hebben ook  vakantie; drie keer raden waar die zich  bevinden.

Bij thuiskomst, om een uur of tien, vind ik een  gelezen krant. Ik weet niet hoe jullie krant lezen ervaren (ik weet zelfs niet eens of je weet wat een krant is), maar je kunt mijn dag volledig naar de knoppen helpen door me een krant  in handen te drukken die al gelezen is;  zo’n krant die geheel ontdaan is van de juiste volgorde van pagina’s, en waarin je al op pagina drie de botervlekken en broodkruimels van de vorige lezer tegemoet stralen.

Tegen de tijd dat je met ergernis over broodkruimels en alle andere ellende in de wereld de krant uit hebt (het is het zaterdagexemplaar, dus dat duurt even), ligt er naast de kop met verse koffie een lijst met klussen:  boodschappen doen, schuur opruimen, gras kalken en mesten, een verbouwingsplan voor de tuin ontwerpen, blad vegen, zolder opruimen. Het liefst wordt de gehele lijst in deze vakantie afgewerkt.

Vandaag heb ik één van die klussen afgewerkt. In  al die tijd dat ik dit huis bewoon heb ik me hier nog nooit mee beziggehouden. Menig uurtje heb ik er  doorgebracht, het is zo’n plek in huis die je regelmatig bezoekt (zolang anderen  dat nog niet gedaan hebben); een soort hangplek voor de vermoeiden en de  moedelozen…  Het toilet.

Ik geef toe: het was een klus om eer aan te  behalen! De wanden moesten nodig gewit worden (je vraagt je tijdens zo’n klus af  waar ze toch zo van verkleurd zijn).  Als je dan toch bezig bent: de  luchtafvoer er ook maar eens af om schoon te maken (bijna nog erger dan een  afzuigkap in de keuken), de lamp vervangen, kastjes van de wand om af te  stoffen…

Aan het eind van de vakantie zal ik kunnen vaststellen:  één dag heeft in elk  geval tot grote genoegdoening geleid, en ik zal er nog vaak van kunnen genieten, de komende tijd. En als ze me na de vakantie niet met rust laten, dan monteer ik ook nog een extra slot op de deur van het  toilet. Aan de binnenkant...

Heerlijk, dit vak! ’t Was immers alweer  vakantie?

dinsdag 21 februari 2012

Wil iemand mij ook eens onderzoeken?

Heeft iemand dit al eens onderzocht? Waarom willen wij eigenlijk verbinding met het internet? Waarom hangen we rond op Hyves, Facebook, Linked In? Van waar onze zorg over geen mailadres te beschikken? Waarom een mobiel willen hebben... Gek word je er van. Depressief!
Natuurlijk: ik hoor al een paar digibeten roepen. Maar naar jullie luister ik niet, want jullie weten helemaal niet waar dit over gaat. Jullie willen het liefst het hele internet weer afschaffen en weer in je hol gaan zitten.




Door al die dingen, die ik opnoemde, word ik steeds weer (elke dag) geconfronteerd met de meest onzinnige onderzoeksvragen:
- waarom is slechts 2 % van de aardbewoners net zo begaafd als ik?
- waarom wordt iemand eigenlijk politicus?
- waarom schimmelen sinaasappels sneller dan chocolaatjes?
en meer van dat soort totale onzin (ik weet het, dat is een bevooroordeelde persoonlijke mening).

Zo las ik een onderzoek onder de titel: "Hoe kan de schoolleiding de iPad binnen het onderwijs introduceren?" Ik ben een gepassioneerd onderwijs-ict-er. Vertel me dat je met een nieuwe device gaat werken in 'het onderwijs', dan spits ik meteen mijn oren. Ik dus meteen dat onderzoeksverslag openen... Stom, stom! Ik had het nooit moeten doen! Ik had beter moeten weten.. onderzoeksflauwekul. Onderzoekersflauwekul. Ik had het aan de vraagstelling kunnen zien!

Kijk nog eens naar de vraag. Welke sufferd wil dat nu onderzoeken? Dat is toch zo simpel als een aap-is-geen-app?
Koop een doos vol van die dingen, deel ze uit aan de leerlingen en geef ze het wachtwoord van je wifi. Succes verzekerd! Leerlingen blij, Apple blij, schoolleiding blij, ouders blij....

Nou ja, misschien zijn de docenten iets minder blij, met al die appende leerlingen voor hun neus, die meteen hun scheur opentrekken als jij 5 minuten tijdens je les vergeet een app te activeren... Maar daarover niets in dit onderzoek. Een hoop bla-bla over 21ste eeuw en digital natives en zo, maar over inhoudelijk onderwijs? Nee, dat kon ik er niet in vinden.

Een echt broodje app... Nee, soms is een social medium knap a-sociaal voor mijn tere gevoelens.... Kan iemand mij eens onderzoeken?

zondag 19 februari 2012

Wikken, wegen en wreken...

Terwijl ik aan dit stukje begin heb ik een weegschaal in mijn hoofd.  Niet eentje om mijn linker t.o.v. mijn rechter hersenhelft te wegen  (dat resultaat is me allang bekend), maar om af te wegen wat de meerwaarde van een leerkracht in school is. Dat is een gevoelige zaak! Wie van jullie denkt dat ik daarover van alles mooi kan roepen (zo van: die staat toch niet meer voor de klas), die heeft deels gelijk. Voor mij is het meer de gelegenheid om dat wat ik deed nog eens te her-overwegen..

Toevallig heb ik net een stukje gelezen op de Onderwijs-nieuwsdienst, over de oprichting van een Sudbury-school in Nederland. Voor wie niet weet wat dat is: een Sudbury-school is een particuliere school voor 4 tot 18-jarigen, opgericht door ouders, met als kenmerk dat leerling en leerkracht er gelijke stem hebben  (een uit Amerika overgewaaid schooltype). De oprichters van de eerste Nederlandse versie zeggen verder dat ze deze stap hebben genomen, omdat op een traditionele Nederlandse school  ‘kinderen van alles krijgen opgelegd wat niet bij ze past’.


Ik lees wel vaker het nieuws. Daar staat van alles en nog wat in: kwaliteit rekenonderwijs onder de maat, studenten kunnen niet spellen, ouders moeten meer betrokkenheid bij de school tonen, stelonderwijs ondermaats, leerlingen hebben geen historisch besef, kwaliteit opleiding onderwijskrachten slecht, kinderen leren slecht lezen…Je kunt er gemakkelijk uit de kranten van de laatste tien jaar nog twintig zaken aan toevoegen. Daarmee wordt erin gehamerd bij de gemiddelde ‘lezer’  dat het onderwijs geen kwaliteit levert en leerkrachten te weinig in huis hebben. Bovendien laten ze zich als Jan, Piet en Klaas aanspreken en hebben daardoor elk overwicht verloren. En nu staat er dus ook dat datgene wat leerkrachten doen volgens de oprichters van de Sudbury-school van alles is wat niet bij kinderen past. Kortom: een bevestiging van alles wat ‘Den Haag’ vindt.
De leerkracht als de loser en de minkukel van Nederland. En, op het moment dat hij/zij de mond opentrekt, kan dat niet meer anders zijn dan een kreet van iemand die volledig en stelselmatig door ouders, pers, inspectie en politici in de verdediging is gedrukt. Vandaar dat er gezwegen wordt?

Kortom: als er al argumenten zouden zijn die aantonen dat een leerkrachtloze school een onmogelijke exercitie is, verwacht niet dat jouw ideeën daarover buiten de school enige indruk maken. Jouw ideeën zijn slechts zielige bedenksels van een loser, gericht op behoud van eigen baan en ruim vakantie.

Daar zat je natuurlijk niet op te wachten, zo aan het eind van het weekend… Welke reden kun je nu nog bedenken om morgenvroeg aan je dagtaak te beginnen?
Ik weet er wel eentje: pak die lerarenbeurs aan en begin aan een master, zolang het nog kan…

zondag 12 februari 2012

Bikkels en basisscholen...

Het hoeft geen geheim te zijn dat ik wel eens wat vastleg op het net. Zo kwam het dan ook dat mij deze week verontruste collega’s elders uit den lande benaderden met de vraag of ik van mening was dat de leerkrachtloze school een realiteit zou kunnen worden, en of er dan misschien niet dezelfde kaalslag zou plaatsvinden als bij defensie. Geheel in mijn stiel bevestigde ik dat ik dat inderdaad van mening was (zoals dat Friezen betaamt) en dat slechts een Elfstedentocht mij aan het twijfelen zou kunnen brengen.
Ik zie sommigen van jullie al het hoofd schudden. Welk een relatie zou er kunnen bestaan tussen een hypermoderne vorm van onderwijs als die van ‘de leerkrachtloze klas’ en een Elfstedentocht? Ik denk dat je, om dat te kunnen begrijpen, Fries-van-afkomst moet zijn. Natuurlijk zal ik hier een poging doen om jullie het verband te doen zien, maar…  Vooruit: het gjit oan….

Allereerst is er de illusie van een doorsnee leerkracht: ‘zonder mij mislukken de leerlingen’; welk theorieboek in de opleiding hieraan ten grondslag ligt, ik weet het niet, maar het levend bewijs van het tegendeel doet zich met de regelmaat van perioden van 12 tot 20 jaar in Friesland voor in de vorm van steeds een nieuwe generatie schaatsers (schaatsen leer je niet op school) die, geheel zonder kennis van de moderne topografie, een route van 220 km weet af te leggen van Ljouwert naar Ljouwert,  zonder ook maar één moment te aarzelen over de route. De standaard aangeboden topografische kennis in ons Nederlandse onderwijsbestel brengt vele vakantiegangers tot in Zuid-Italië op een dwaalspoor dat zelfs door de beroemde firma Tom-Tom niet kan worden voorkomen, maar door Beerenburg, Bokma en DE gesponsorde echte kerels (en ook de echte vrouwen natuurlijk)  snellen op hoge ijzers via 10 steden 220 kilometers terug naar de plek van vertrek! Voor de beloning die wacht aan het einde doen en kunnen zij alles!

Nu besef ik me dat één voorbeeld-van-bewijs niet echt overtuigend klinkt;  ik zou er net zo over denken. Dus…
- het schaatsen van een Elfstedentocht vergt ijzervreters, doorbijters, bikkels, MANNEN met haar op de tanden en ijs op de kaken. Zulke mannen worden in het softe Nederlandse onderwijs niet gekweekt; èchte mannen vind je immers amper nog voor de klas (ja, dames collega’s, het is niet anders, en voor jullie is dat ook zielig). Die bikkels worden niet gekweekt in de klas maar in de harde alledaagse werkelijkheid buiten de klas (op het Elfstedenijs). Het wordt hoog tijd dat CITO de BIKKELTOETS ontwikkelt!
- niet voor niets zijn multinationals als Douwe Egberts, Bokma en Beerenbrug ontstaan in de rauwe merenstreek waar de Elfstedentocht wordt verreden. Niks goed onderwijs: bikkels hebben brandstof nodig, brandstof kun je maken en daarna verkopen. Voor zo’n proces heb je geen school nodig, maar stokers… en muntenstapelaars!
- ijsdikte meten leer je ook al niet op school. In Friesland worden natuurtalenten geboren; zodra zij op de beentjes kunnen staan meten zij met de wc-bezem in de toiletpot reeds de te verwachten ijsdikte…
Je ziet: er zijn talloze grote en kleine voorbeelden aan te halen.

Toch bespeur ik nog enige twijfel aan mijn heilige geloof in de conclusies van CITO….
Komende week zal ik maar eens extra goed luisteren naar reacties. Ondertussen, heb ik mij voorgenomen, kan ik zo tussendoor, met een Friese kloosterbitter (kleasterborrel) in de ene en mijn plastic Elfstedenkruisje (meer heb ik er niet van kunnen maken, daarom werk ik in een school) in de andere hand eens nadenken over de vraag of en welke tegenargumenten er te bedenken zouden zijn daar waar het gaat om de school-zonder-leerkracht …. Dat wordt een zware week!
Proost…