zondag 26 mei 2013

Zin van het leven



Weekend is een uitstekende afwisseling van de werkweek, vinden jullie niet? Al die dingen die je door de week wel zou willen doen, die kun je in het weekend schuldgevoel-loos doen. Niemand die je aankijkt met zo’n blik van ‘heb jij niet iets beters te doen?’ als je in het winkelcentrum op weg bent naar een kopje koffie bij de HEMA bijvoorbeeld… Ja, ja, probeer dat maar eens op een dinsdagochtend… Iedereen die je nakijkt met zo’n blik van ‘wat mankeert er aan dat jij alle tijd hebt voor een kopje koffie bij de HEMA?’

Vanwaar toch dat schuldgevoel dat mij door-de-week zo indringend bijblijft? Gelukkig ben ik niet de enige, want zelfs Loesje heeft er al eens een zeer toepasselijke zin aan gewijd. Nee, nee, ik ontdekte dat niet op donderdagmorgen of maandagmiddag; het was een weekendmoment dat ik met rechte rug voorbij de HEMA wandelde, op weg naar de collega met de A achteraan, de BRUNA. Daar struin ik graag even rond. Alles kun je er kopen; pennen, postkaarten, magazines, boeken èn: agenda’s. Die heb je te kust en te keur, van zeer professioneel tot gevuld met flauwe humor. Die van Loesje trok me aan. Loesje heeft wat. Er staat altijd wel weer wat boeiends in de agenda van Loesje. Loesje heeft wat te zeggen.
Alleen mensen met BAPO of ouderschapsverlof kunnen dat ongestraft doen (herkenbaar aan grijze haren of kinderwagen).
Dit keer trof mij de volgende uitspraak: “Waarom wordt de zin van het leven toch steeds verward met school?” Zie je dat? Volledig aansluitend bij mijn dinsdagochtend-HEMA-gevoel….Gek, hè? Dat iemand zo treffend kan zeggen wat ik op dinsdagochtend meemaak als ik naar de HEMA ga. Want eerlijk: zo voel ik het ook. Zelfs op zaterdagmiddag ben ik dat gevoel niet kwijt. En dan schiet me ook direct de titel van een kinderboek door het hoofd: “Heb jij dat nou ook?” (wie kent dat boek?)
Mijn jongste vraagt zich dat ook wel af. Waarom vindt de rest van de wereld school zo belangrijk? Hijzelf heeft dat probleem niet zo. Er zijn belangrijker dingen in het leven. Potje voetbal, iPod… dat soort dingen.

En als jij op maandagochtend met je klas begint… moet je dan zelf ‘de zin van je leven’ weer koppelen aan school, of kun je met een weekendgevoel de week door….

Als je verwacht dat ik nu in mijn observatorium een en ander in de dierenwereld heb bestudeerd…. Helaas: gebrek aan weekend. Alleen maar even naar de Bruna.

Gelukkig kan ik je meedelen dat er door de week wel eens wat gebeurt buiten mijn schoolse bestaan. Wifi heeft deze week zwemles genomen. Jazeker, geheel uit vrije wil. Geen van de Neanderthalers in en rondom mijn grot heeft zich met de zwemles bemoeid; zij hebben slechts geconstateerd. Dat was ook niet moeilijk, want als de poes des huizes drijfnat binnentreedt terwijl het buiten niet regent, is 1 gauw opgeteld bij nog 1. Bovendien hing er nog een kikkervisje tussen de haren.

Welja, het beest had dorst, en de dichtstbijzijnde drinkplaats was de vijver. Ik heb er niets op tegen dat er
wat water uit die vijver wordt genipt, en het initiatief wordt op zich ook wel gewaardeerd. Maar ja, de omheining van de vijver kent slechts een smalle bovenrand, en wie daar op springt moet wel over een over-the-top-evenwichtsgevoel beschikken. Je begrijpt: dat vergt nog enige oefening. Met iiieeekkkk en aaaiiiikkk kweam het beest dus naar binnen rennen. Schrik in de poten, zeiknat in de vacht, koud tot op het bot.

Sinds die dag leven we met de vraag of zwemdiploma A er ooit nog in zit (zie je wel, altijd weer die schoolse ondertoon). Gelukkig is het apparaat waarmee het tot nut toe is gelukt de kat binnen de omheining te houden niet verdronken. Ook is er gelukkig geen sprake geweest van acute elektrocutie.  En ik ga in het weekend schuldgevoel-loos op zoek naar zwemvliezen voor een poes, bij de HEMA. Neem ik tegelijk ook maar een kopje koffie.

maandag 20 mei 2013

Krankjorum!


Meivakantie: op. Pinkstervakantie: ook op. ’t Is weer voorbij, tot aan de zomervakantie… Nog maar zes weken!
Voordat het zover is dan nog maar gauw wat gedeeld. Dit lange weekend bood een prachtige gelegenheid wat achterstallig leeswerk weg te werken, en wat meer te reflecteren op wat er gelezen wordt. Dus: meer dan de weekendbijlage van de grootste krant van Nederland. Even een
paar mensen citeren uit mijn vakblad:
1. Education is particularly resistant to change because it’s whole purpose is to preserve the past (Anya Kamenetz, schrijfster voor een Amerikaans tijdschrift)
2. Een hele grote groep scholen voldoet nèt aan de minimumeisen, heel weinig scholen presteren boven verwachting goed (Jaarverslag Onderwijsinspectie)
3. Het breken van het monopolie van onderwijsinstellingen biedt onze kinderen meer flexibele, efficiënte en innovatieve wegen naar een succesvolle toekomst (Ben Johnson, Minerva Project)
4. Er is een kantelpunt bereikt (Maurice de Hond, kort voor de startdag van de Steve Jobs-scholen in het nieuwe schooljaar)
En dan te bedenken dat ik uit het collega-vakblad er nog wel vier had kunnen halen, met zo ongeveer dezelfde strekking. Je begrijpt: dat hield me dit Pinksterweekend wel bij de les! Gelukkig stond er ook nog een boekrecensie in het blad: Orde! Orde! Orde in de klas! Hoewel: gelukkig? Als je die titel leest vraag je je misschien nog meer af of die vier citaten waar moeten worden….. In elk geval heb ik voor het komend schooljaar al weer wat praatstof verzameld.

Gespreksstof voldoende trouwens. Het kan gek lopen. Soms vraag je je in goede gemoede af waar het naar toe moet met deze wereld. Zo sta ik op een avond me na een douche in gemakkelijke slaapkledij te hijsen (en nee, het gaat je niet aan welke kleur mijn pyama heeft) als ik door één van de slaapkamerramen achter geroep hoor in de tuin. Omdat ik geroep in mijn tuin na half twaalf in de avond eigenlijk maar vreemd vind begeef ik mij onmiddellijk naar het betreffende raam om eens extra goed te luisteren (gehoorapparaten in). Het klopt: er staat op dat moment iemand in mijn tuin te roepen: ‘Wifi…. Wifi….’ Nu weet ik niet wat jullie zouden denken als er iemand in je tuin na half twaalf in de avond onder je slaapkamerraaam ‘Wifi…!’ staat te roepen, maar bij mij riep het behoorlijke vraagtekens op. Ik bedoel maar: welke idioot gaat bij iemand anders in de tuin na half twaalf ’s avonds Wifi staan roepen? Dat ben je toch ècht niet goed snik, toch?
Ik ben me op dat moment plotseling bewust van de rode emmer in de badkamer, gevuld met restanten zeepsop van eerder op de dag. Ik draai me al om als ik het nog eens hoor: ‘Wifi….!’ Die stem ….Die stem…. Die heb ik toch eerder gehoord….
‘Wi…fi….!’ Het is de stem van mijn dierbare echtgenote…. Hè, wat bezielt die nu om ’s avonds na half twaalf in eigen tuin om wifi te gaan staan roepen? Dat heeft ze toch binnen genoeg? En anders kan ze me toch gewoon vragen om beter wifi? Wat moeten de buren er wel van denken: of ze daar thuis niet stikken in de wifi. En als die wifi dan niet werkt ga je toch niet ’s avonds na half tw….
Ik dus de trap af, de huiskamer door, de tuin in gestekkerd. ‘Hé, ben je nou helemaal? Wat ben jij…?’
Ach ja: de kat. Het stomme beest heeft kans gezien om (gelukkig met de bqq-necklace) de tuin in te vluchten om zo aan ‘een donkere nacht in de bijkeuken’ te ontkomen. Daarom staat mijn echtgenote nu als een gek om wifi te roepen… En de buren maar denken… Misschien toch niet zo’n goeie naam, dat Wifi.
Hoewel: zou het anders zijn als je ’s avonds na half twaalf staat te roepen in je tuin naar Jodócus…. Of Duuurrkk. Of zoiets… Toch maar eens webcams ophangen in mijn tuin.

zondag 12 mei 2013

Op straffe van de .....


De vakantie zit er al weer op.  Maandagmorgen kom je terug en begin je aan de rest van het schooljaar. En dat als onderdanen van een koning en een koningin! Je zou het al bijna vergeten zijn.
Als je niet thuis was, of als je het inhuldigingsfestijn hebt gemist, dan heb je ook een mooi stukje maatschappijleer en inburgeringsvaardigheid gemist!
Zelf ben ik erg koningsgezind (‘koninginsgezind’ bestaat niet); ik bedoel het slechts in de zin van: ik ‘heb’ niks met een president. Die hebben we al genoeg: president van Shell , president van Akzo, enz enz. Nee, doe mij maar gewoon zo’n goedlachse koning (bovendien heeft ie een schone dame aan zijn zijde getrouwd, en het oog wil ook wel eens wat….). Er zijn in huize Sybesma  heel wat uurtjes gaan zitten in de studie op het Oranjehuis. We zijn weer helemaal bij!

We waren dus niet op vakantie! Tuinwerk… Zat tuinwerk. Achterstallig onderhoud, door kou en drukte.
Tuin op hoogte, gras gezaaid, electrisch leidingwerk, dakverhoging, werkschuurtje inrichten. Werk zat.
Oh ja: nu er wat meer zomerse temperaturen het land bedekken wil de kat dolgraag op verkenning. Dat is een volkomen natuurlijk verschijnsel, toch? Dat hebben we met de kinderen ook gehad. Die wilden er op zekere dag ook wel eens uit.
Suf hebben we ons er over gepiekerd. Indertijd, met dat kleine kindergrut, was de tuin tijdig voorzien van alle mogelijke ontsnappingsobstakels: schuttingdeuren, hekwerken, tuigjes, gaas, tuinpalen. Ik heb ook wel eens geopperd sirenes met verklikkers te installeren. Toen ik ooit opperde prikkeldraadversperringen aan te laten rukken uit overtollig legermateriaal leverde dat bijna een standrechtelijke executie op. Ik heb de toenmalige vijver dan ook maar snel dichtgegooid….

Maar: hoe doe je dat bij een kat??? Stel dat je alle laag-bij-de-grondse sluiproutes van buurtkatten zou afsluiten… Katen klimmen dan rustig over schuttingen. Katten klauteren de boom in en springen vervolgens over buren-barrières. Katten ontsnappen via daken en dakramen. Katten, kortom, laten zich niet ringeloren. En met die wetenschap toog ik naar de shop alwaar men dierenvoeders, krabpalen, visnetten en aqauriumgespuis verhandelt. Een goed advies is goud waard, en waar zou ik het in dit geval anders moeten halen?
Zo kwam het dat ik op zekere dag bezig was met een gele draad. Onder tegels door, langs schuttingen, door buizen, langs dakranden, via houten muurlatten, onder vensterbanken. Soms met ware doodsverachting boven onpeilbare afgronden, met hamers en krammen en ogen en …. Draad. Eindeloze stukken gele draad. Tientallen meters gele draad die in de knoop raakte, vastliep in buizen, achter krammen moest worden geslagen (topdown en bottom-up)….
En toen ik eindelijk, eindelijk alles had gelegd en aangesloten, begon het grote avontuur. Het avontuur van
een kat die voor het eerst de vrijheid mocht zoeken. Bandje om de hals.  Het dier wilde niet luisteren naar mijn doelgerichte instructie. Dan maar niet.
Het werkte. Onmiddellijk! Binnen de eerste minuut rende Wifi voor haar leven, het huis weer in. Verbijsterd bleef ze zitten. Was dit leuk? Eindelijk de vrijheid en dan zo geschokt worden?
Nog een keer naar buiten. Musje vangen. Musje in de heg geklommen. Kat sprint. Aaiiik. Weer naar binnen.

Baasje is tevreden. Deze kat komt er niet uit. Ze wordt meteen geelektrokuteerd…  Ontsnappen kan alleen nog het huis in….
Als het haar ooit lukt er tussenuit te knijpen? Dan draai ik het voltage meteen omhoog tot k-bqq-hoogte. Van mijn kat zal de buurt geen last hebben….

zondag 21 april 2013

Brandweerman


21 april: het nieuws van de dag: koningslied nu volledig afgebrand. Jammer voor al die onderwijscollega’s, die het hele weekend onder de douche het lied hebben staan inoefenen…
Boze en verdrietige auteur: zo zijn best gedaan, en dan zo volledig af geserveerd worden.
Medestanders van auteur allemaal in het kliekje van BN’ers: 'en het was zo'n mooi lied...'
Nederland weer op z’n best: even lekker leeglopen via de sociale media (waar je tenminste gewoon net zo grof kunt zijn als je kunt, en dat is nogal wat).
Mooi teken ook bedacht (ook zo ècht Nederlands: we steken niet één vinger in de lucht, we doen er meteen drie).
Zelfs in het buitenland valt de heibel over ons koningslied op.
In Pauw en Witteman wordt het lied door een neerlandicus volledig de grond in geboord, als taalkundige ramp.
Goed, hè? Het is weer gelukt! Nederland is weer wereldnieuws!
En ik? Ik denk stiekem: drie vingers voor dat kliekje: eigen schuld, dikke bult...

Ik heb geen tijd om een webpagina tegen het koningslied te maken. Geen tijd om een petitie online te zetten. En al helemaal niet om het koningslied uit het hoofd te leren (dat wordt ook lastig want ik kan namelijk al helemaal niet zingen).
Nee, ik speel brandweerman. Het hele weekend. Vrouwlief heeft namelijk bedacht dat de lieve poes rond mag scharrelen in de tuin, omdat het zulk mooi weer is. Normaal zou dat geen probleem geven. Loslopende poezen redden zich over het algemeen wel. Maar poeze Sybesma loopt niet los; zij zit aan een touwtje. Een touwtje om er voor te zorgen dat zij het grondgebied van de Sybesmaatjes niet verlaat.


Poeslief heeft daarom bedacht het de familie maar lastig te maken. Zij loopt over het randje van de vijver, op zoek naar kikkers. Zij struint onder de struiken bij het vogelhuisje, in de hoop haar eerste vliegend voorwerp te verschalken. En zij klautert in bomen, om daar vervolgens, het liefst boven in de kruin, volkomen verstrikt te raken.  Waarna meteen 112 op zolder wordt gebeld en paniekerig wordt gemeld dat er een Wifi in de boom zit, die er niet uit kan. Trap af, tuin in, trapje op, kat uit boom geplukt, met twee takken (een echt takken-wifi dus) trappetje weer af, kat op de grond gezet met vermanend vingertje, trap op. Totdat 112 weer oproept…

Er komt een moment dat ik het zat ben brandweerman te spelen. Kat klierig? Ik ook. Touw met een halve meter ingekort. Niet genoeg, dan nog twintig centimeter eraf. Familie twijfelt. Ik niet. Ik wil niet steeds die boom in. Bovendien: nog 10 keer die boom in voor de kat en er zit geen tak meer aan. Probleem kan handiger worden opgelost: zaag boom om. Dan kan de hele familie een bijdrage leveren aan de brandweer. Helaas: kapvergunning geweigerd. Touw blijft kort, boom heel.

Onderwijskundig ben ik tegen touwtjes.  Zeker tegen te korte touwtjes. Maar ik snap nu dat de dierenwereld touwtjes nodig heeft die te kort zijn. Hoewel… Binnenkort zal ik jullie vertellen over een nieuw onderwijskundig katsturings project. Als ik dat af heb kan ik solliciteren naar een LB-functie: kattenregulator.

Tijd om te oefenen. Het koningslied, bedoel ik. Zal ik die van Paul van Vliet doen? Of die van Hennie Huisman? Dat wordt feest, vrijdag. Staan we allemaal ons eigen lied te brullen. Typisch nederlands…

zondag 14 april 2013

Je zou wel...

“Heb jij dat nou ook?’’ Weet je dat dit de titel van een boek is? De titel van een kinderboek uit vroeger tijden… Nou ja, vroeger: uit de jaren tachtig dan maar, van de vorige eeuw. Naarmate het
jaartal in dit nieuwe millennium hoger wordt, voel ik me ook steeds meer eentje van de vorige eeuw; en dat is natuurlijk ook gewoon zo. Aan de andere kant heb ik ook het gevoel dat ik nog steeds jong ben en maar niet ouder wil worden: nog steeds maar een beetje volwassen, nog steeds niet uitgeleerd. Mooi toch?

Zo kon het ook dat ik vorige week met het gevoel van een jonge hond over de beursvloer van de IPON liep. Wat zou er aan ontwikkeling gaande zijn op het gebied van onderwijs, met ict?
Genoeg. Die ontwikkeling staat op de drempel van weer een forse versnelling. In het bedrijfsleven en op de particuliere markten doet zich dat al voelen: de pc-markt zakt langzaam in elkaar, en tablet en smartphones nemen het stokje over, met als verbindend woord: ‘verbinding’. We staan in verbinding met internet, we staan met steeds meer mensen op steeds meer manieren in verbinding… En we staan straks ook met onze stofzuigrobot en koelkast in verbinding. En voor het onderwijs betekent het dat we steeds meer in verbinding komen te staan met kennis en mensen overal die ons met die kennis kunnen helpen…. Dat laatste is iets waar we misschien wat meer bij stil mogen te staan, omdat het vroeg of laat effect gaat hebben op de vraag of ‘school’ in de huidige vorm bestaansrecht blijft houden. Immers ook hier staat de trend tot individualisering niet stil…. En je ziet het aankomen in de producten en de mensen die ze maken: tablets en telefoons echt privé (gekoppeld aan jouw account), en software die ‘onderwijs’ steeds meer op jou persoonlijk toesnijdt…


Mijn kat trekt zich hier allemaal niets van aan. Zij is al een individu. Ik vraag me af of zij ooit vragen heeft rondom haar mate van volwassenheid. Ik geloof het niet. Ik word nog steeds, zij is al. Alles zit er al op, aan en in. Wij zien wel dat zij groter wordt, dat haar kleuren veranderen, zij niet. Zij is.
En daarom zit ze nu elke dag voor het raam. Niet zo maar een beetje naar buiten te kijken en zich te verbazen over de zon, nee, nee. Zij ziet vogeltjes. Echte. En haar snorharen trillen, haar staart zwaait venijnig heen en weer, plat drukt zij haar buik tegen de grond. Compleet klaar voor take-off.

Ik heb het haar niet geleerd. Het zit al ingebouwd. Zij is verbonden met haar natuur, die zegt: vogel = vangbaar. Alles om omzichtig maar ook doelgericht te werk te gaan zit er al op en in. En al lachen al die vogeltjes buiten nu nog om ‘de kat achter het raam’: zodra zij haar kans ziet zal ze die pakken!
Zwarte pet, witte pet, het zal geen verschil maken. Wie het laatst lacht, lacht het best. Mijn nieuwe levenstaak zal ‘vogeltjesredder’ zijn. Een zware last, want zowel kat als vogels luisteren slecht.  Of ik dus de laatste met een lach zal zijn?

Ik geloof er heilig in dat hier het fundament van onderwijs in onze eeuw ligt. Zoals die kat in elkaar zit, zo moet de mensenwereld niet worden. Mensen moeten elkaar niet gaan kannibaliseren in hun run naar geluk en weelde. Individualiseren gebeurt nu. Dat is prima. Je mag iemand zijn. Maar niet alleen, en niet ten koste van. Hoe individueel leren dan ook kan worden met de middelen van deze eeuw, die titel van dat boekje zou ik er wel in willen houden.
We moeten tegen elkaar kunnen blijven verwonderen: heb jij dat nou ook? Als je het boekje er bij zou pakken: de woorden zou je anders schrijven misschien, maar de clou is hetzelfde gebleven: heb jij dat nou ook? Leuk boekje van Vic Sjouwerman. De kinderen van toen herkenden zich er voor de volle 100 % in. Dat is nu vast niet anders….

zondag 7 april 2013

Touwtje trekken


Het weekend zit er alweer op… Jammer, jammer, de zon begint net een beetje op gang te komen, en daar moeten wij alweer.
‘k Heb net het vakblad uit. Ik dacht: wie weet nog wat opbeurend nieuws. Opbeurend nieuws? Je kunt nog beter de beurskoersen bijhouden in deze crisistijd.
Dan ligt er nog een boek over het ’begeleiden van hoogbegaafde kinderen’; en bij het vakblad van vrouwlief zat een bijlage over het begeleiden van plusklassen. Op Linkedin een discussie over de titel ‘zorgcoördinator’; er zijn er die zeggen dat de basisschool deze coördinator moet hernoemen in talentencoördinator, talentscout, talentenbegeleider, etc. Als ik wat ik lees over het begeleiden van begaafde kinderen, over wat er in plusklassen wordt gedaan, over het geklier en geklooi van kinderen die niet voldoende in de ruif hebben, dan denk ik daar toch vaak bij: stel dat we nu eens serieus gingen kijken naar de talenten van ‘onze kinderen’ (=leerlingen), naar dat wat ze wel kunnen, wat zouden we er veel kinderen gelukkiger mee kunnen maken….



Nee, dan de kat. Al een aantal weken zat ze regelmatig op haar kattentorentje te kijken naar buitenverschijnselen: in de wind fladderende blaadjes, jong vogelspul in de kale bomen achter huis, overstekende katten (die onze tuin (!) wagen te betreden); ondertussen oefende ze met het laten trillen van snorharen, geblaas, het opbloeien van de staart, want ook gesimuleerde boosheid moet echt lijken. Nu de zon zo langzamerhand wat meer invloed krijgt, de oostenwind het heeft opgegeven, en de wereld er wat vrolijker uit gaat zien, krijgt Wifi de gelegenheid haar horizon te verbreden (hoewel het uitzicht voor een kat op tuinniveau nog niet veel horizon biedt). Aan een riempje en een flink stuk touw mag zij de tuin verkennen. Zij klimt nu dus in bomen, springt op de vijverrand, verstopt zich tussen planten, enz; al deze activiteiten hebben één ding gemeen: het touw zorgt ervoor dat zij uiteindelijk hopeloos verstrikt ergens vast is komen te zitten.
En zo blijkt een siamees dan uiteindelijk toch een superstom wezen te zijn. Immers: als je steeds verstrikt raakt zou je kunnen bedenken dat er dan iets veranderen moet in gedrag. Doe bijvoorbeeld niet steeds dezelfde stomme dingen. Blijf laag bij de grond. Loop niet elke drie minuten hetzelfde rondje. Wees niet zo allemachtig nieuwsgierig.
Een verstrikte kat moet gered worden. Iedereen in de familie heeft daar zo zijn eigen gewoonten voor
ontwikkeld: riempje los, kat uit de knoop halen, kat weg; slechte methode dus. Riempje vast laten zitten, kat uit de knoop halen en op de grond zetten. Herhaling na vijf minuten.
Zelf ben ik van het type: leer de kat wat ze fout doet en hoop op succes.
Ik trek dus aan het touwtje; zo nodig sleep ik haar de hele route terug. Na twee dagen heb ik mijn eerste succes al bereikt!. Kat worstelt niet meer tegen, maar gaat gerieflijk in het riempje hangen terwijl ik haar de route wijs. Toch, moet ik zeggen, zie ik nog niet echte eigen vrije wil; zou dat aan het touwtje liggen?
Superstom, zei ik? Of zou het een gebrek aan performale intelligentie zijn? Of een slecht ontwikkelde rechterhersenhelft? Of is het pestgedrag om mij uit mijn zondagse luie stoel te krijgen?

Als ik die kat nu een vergelijk met een willekeurige jonge leerling in de klas…. Nieuwsgierig? Zeker weten. Stomme dingen uitproberen? Ja zeker… In herhaling vallen? Ook. Slecht aan een touwtje kunnen wennen. Zeker weten!!
En als ik er aan ga trekken, en nog meer trekken? Een beetje leerling gaat dan ook gerieflijk touwtje-hangen…