maandag 1 april 2013

Ik was het paashaasje....


Pasen van 2013 bracht, behalve de bekende verschijnselen als paashaas, paasei, paastak, paaspop,  paasvuur, paasvakantie (wat heet) en paastoeristen, ook paaskou, paassneeuw, paaswind. Alle reden om binnen te zitten en de eieren dit jaar maar niet te begraven; de grond was immers keihard, en je zou er maar flink werk van hebben om ze er allemaal weer uit te krijgen (jij met je sjaal om, kinderen achter het raam toekijken…). Mooi niet dus.

Op Tweede Paasdag scheen de zon; de wonderen zijn de wereld dus nog niet uit. Het leek heel wat vanachter het raam. En met sjaal en wintersportkleren aan kon het ook best. Als je dit later aan je kleinkinderen vertelt zullen ze zeggen: 1 april, kikker in je bil (hoewel het best eens zou kunnen dat alle kikkers dit jaar zijn doodgevroren; die in mijn vijver zullen toch zo langzamerhand gestikt zijn in de winterslaap).

Zelf had ik dezer dagen weinig tijd over. Mijn echtgenote was geveld door de griep, die, net als de kou, heel  Nederland in zijn greep houdt. Hoestend en piepend, krakend als een oude wagen, omringd door potjes, zalfjes en drankjes, dacht zij in het geheel niet aan Witte Donderdag, Goede Vrijdag of Stille Zaterdag. Aan haar waren paaseieren, paasgerechten, paashanen en zo meer niet besteed. Zij ging haar eigen lijdensweg, kuchend en proestend.

Zo kwam het dat ik dit paasweekend heb doorgebracht met het doen van vele boodschappen, het koken van voedsel, het doen van de was, de organisatie van het gezinsvoetbal (inclusief de was (je zult zien, net in zo’n weekend ben je aan de beurt voor de was), het stofzuigen van de leefruimte, het voederen van de huisdieren, kinderen in bed leggen, kortom: de hele organisatie draaide om en op mij, zonder dat ik dat zelf eigenlijk wilde. Klein leed, dat wel, maar toch: leed. En het overkomt je…
Nu ik dit zo opschrijf bedenk ik me dat een Siamees in het hele paasverhaal niet voorkomt. Poezen in het algemeen niet. Poezen zijn een onbijbels verschijnsel. Vossen en ezels, paarden en  vissen, lammetjes,
schapen en leeuwen, duiven en slangen: ja, Geen poezen, en al helemaal geen Siamezen.
Zelfs in de ark van Noach worden ze niet binnengevoerd.  Dat heeft me wel aan het denken gezet, waarover later meer.

In elk geval had de kat wel paasvakantie. En ècht, dat is merkbaar. Als iedereen thuis is is de kat drie keer zo lui als gewoonlijk (en dan is het al erg). Ze zeggen wel eens wat van mijn conditie, maar die van Wifi neemt met zulke dagen zienderogen af. Beetje vreten, beetje drinken, beetje slapen, beetje klieren… en dan alles weer van voren af aan. Tweede Paasdag heeft ze enkel keren een boom beklommen om daarna de hele avond niet meer in de poten te komen. Zou zo’n kar nu altijd BAPO hebben?

zondag 24 maart 2013

Roasted cat


Weekend. Toen ik donderdag terugreed naar huis, dacht ik: eindelijk weekend!
Er zijn momenten dat je echt moe bent. Misschien hebben jullie dat vorige week ook gehad: toetsen in februari, het groot project, presentatie, tentoonstelling, en al het andere gaat ook gewoon door; dan kun je blij zijn dat het weekend is.
En zo kwam ik donderdag thuis met oogleden ergens op enkelhoogte, de restanten van drie dagen hoofdpijn, en het beeld van een luie stoel met kussen.

Wel, die stoel was er. Dat kussen ook. Dat was helaas niet het enige, wat er zich in die stoel bevond. Volledig opgerold, zoals geen mens dat kan, lag daar ook de kat. Staartpunt in de oren, alle voetzolen tegen elkaar.... Alsof er alleen nog een droomwereld bestond.
Katten zijn delicate wezens. Ze kunnen heel wat kwalen krijgen, van de meest uiteenlopende soorten. Maar van één ding zul je ze nooit kunnen beschuldigen: slapeloosheid.
Het liefst bivakkeert zo'n beest op een plek waar jij ook het liefst je tijd doorbrengt. Dat doet ze dan ook consequent: sta op na een kwartiertje journaal kijken, voor een kort bezoek aan het toilet: gegarandeerd heeft poeslief de stoel in beslag genomen. Als jij niet uit jezelf opstaat, onderneemt poes actie om dat voor elkaar te krijgen; zij springt dan bijvoorbeeld in de keuken op het aanrecht, waarvan ze weet dat ze jou daarmee meteen in de benen brengt. Via een sluiproute is zij eerder terug bij jouw stoel dan jij in de keuken arriveert.... Dat soort dingen.
Nee, kattenliefde is niet meer dan: bezorg mij een bak met vreten en een verwarmde slaapplaats, verder heb ik niks met je aan de fiets. Leuk, z'n beest.
Stel dat je op maandagmorgen in je klas zou arriveren, en daar zit dan zo'n hok vol opgeschoten jong grut met een blik van: 't is dat wij geen keus hebben, anders zouden we allemaal voor de warme kachel gaan liggen.... Je zou meteen gaan twijfelen aan je vakbekwaamheid (zoals iedereen buiten je klas dat toch al doet). Wel, katten zijn zo. En die van mij zeker. Als ze één keer in je stoel ligt, keurt ze je met geen blik waardig.
Totdat je mevrouw uit mijn comfortzone tilt. Hoogst verontwaardigd gaat ze een stukje verderop zitten, met de rug naar me toe. En je kan er do.... op zeggen dat het niet lang duurt voordat ze een bezoek aan de keuken gaat brengen!

Zaterdag: bezoek aan het Festival van Talent. Ik had het vorig jaar al willen doen, nu moest het echt. Kinderen mee, vrouw mee, kat niet (die kreeg zaterdag thuis alle gelegenheid haar meest optimaal ontwikkelde talent volledig uit te buiten, zonder daarbij door iemand lastig gevallen te worden).
Dat was een boeiende dag: allerlei organisaties op het terrein van begaafdheid en talent aanwezig, veel workshops te volgen (ook voor kinderen), en veel literatuur opgespoord.

Maar dan is het toch prima, om op zondag nog even de kater uit te hangen.... Ja, precies, in mijn eigen stoel. En nee, ik hoefde niet naar de wc.  En wat doet een kat dan?

zondag 17 maart 2013

Tralies


Maandag heb je weer een hok vol kinderen, vers uit het weekend. Verstandige ouders hebben het kroost zondagavond vroegtijdig van de werkvloer verwijderd; andere kinderen zitten er wat minder fit bij: duim in de mond of hoofd op twee handen, zwarte kringen, wijd opengesperde blaaskaken…
Er zijn er bij die meteen in de adhd-stand staan, anderen vol verhalen…. Kortom: ze zijn er weer!

Heb je wel eens dat je aan de gezichten kunt zien: het is weer maandag, ik moet weer? Voor welke kinderen in je groep is het vanmorgen een zware gang? En wie kon er niet wachten tot eindelijk die schoolbel ging?

Tralies. Voor sommige kinderen is het openen van de schooldeuren als het openen van de hekken bij de dierentuin; eindelijk mogen ze naar binnen om met elkaar te genieten van een dagje-in. Voor sommige anderen is het sluiten van de deur van het lokaal als het sluiten van de deuren van een hok in de dierentuin; wachten tot je er (eindelijk) weer uit mag. En aan nog weer anderen is de rol van temmer voorbehouden.
Tralies: ik heb ze ook in mijn huis. Elke avond bestudeer ik tegenwoordig het fenomeen van de omgang van iemand achter de tralies met iemand erbuiten.  De een kan er niet uit, de ander kan er niet in. De een, dat is de hamster, de ander is natuurlijk de poes. De hamster en de poes… Leuke titel voor een boek. Tot op enkele weken geleden dacht ik dat het nodig was de poes bij de hamster weg te houden. Nu vraag ik me, na avonden studie, af of het misschien niet andersom is.
Voortdurend scharrelt de hamster bij de tralies van zijn hok langs: van links naar rechts, van voor naar achteren, van onderen naar boven klimmend. En de poes, buiten het hok, vliegt er maar achteraan, maar dan buitenom. Soms ziet de poes een kans om, al liggend op de grond, de hamster van de tralies af te tikken, maar stiekem verdenk ik de hamster er van de poes op stang te jagen. Terwijl het beestje door het hok rent houdt ze de poes vrolijk in de gaten. Er is geen spoor van angst.
Klein maar dapper, zo gezegd.
Wat nu als ik het deurtje van het hok zou openzetten? Wordt het dan een vriendschappelijk tafereel van een poes en een hamster die elkaar door het huis achterheen zitten, of wordt het een bloedbad?
Zouden ze een vriendschappelijke relatie gaan uitbouwen, en samen de wereld verkennen?
Ik durf het nog niet aan. Het lijkt wel leuk zoals die twee met elkaar spelen, maar toch ben ik blij dat er nog tralies tussen zitten.

zondag 10 maart 2013

Verdekt opstellen

Verdekt opstellen
De coachingskalender vermeldde zaterdag een spreuk: “Waarom zeggen mensen ‘je’ als ze ‘ik’ bedoelen?”
Eén zo’n zinnetje kan je een heel weekend bezig houden (tenminste: dat lukt bij mij dan nog wel eens, ik heb toch niets anders te doen in een weekend). Kijk alleen maar naar de spreuk en ga er morgen eens op letten; zeg jij ook vaak ‘je’, terwijl je eigenlijk bedoelt iets te zeggen over jezelf?
Voorbeeldje: “Bij sommige mensen kijk je dwars door het huis.”  Of deze, ook heel mooi: “Een opleiding is wat je overhoudt als je alles vergeet van wat je op school geleerd hebt.”  “Het is moeilijk jezelf te zijn als je niet welkom bent.”
In elke zin lijkt het alsof het over iemand anders gaat, maar verander ‘je’ maar eens in ‘ik’...
Bij de eerste kun je dat doorkijkje pas weten als je zelf loopt te ‘gluren...’; de tweede uitspraak is van Albert Einstein, en ook hij vertaalt de werkelijkheid voor zichzelf. En de derde is een zinnetje van een immigrant...
Waarom zeg je dan niet gewoon ‘ik’ in plaats van ‘je’? Zou het zijn omdat je denkt dat het vervelend overkomt, of spreek je liever niet uit wat je er zelf ‘van vindt’? Bang voor het  oordeel van de ander?
Ik ben dus in dit weekend bezig mijn woorden te wegen, om te zien waar ik me schuldig maak aan projectie. Gaat het verhaal zondag ook nog over spiegelverhalen. Oh, oh. Confrontatie.

zondag 24 februari 2013

Gestoofd en miskend


Dat met die narcissen, dat is niks geworden. Ik hoefde er niet eens onverwachts op wintersportvakantie, zelfs die kreeg ik cadeau. Net nu alle wintermutsen, sjaals, skibroeken, borstrokken en lange onderbroeken weer waren opgeborgen, breekt me daar toch de winter weer los. Vorst in de grond, frozen frogs in de vijver,  bevroren autoruiten...
Zo is de hoop op een vroegtijdige inval van het voorjaar bevroren. Dat stuurt de planning van de vakantie meteen ook in de war (geen narcisbollen planten, maar wat dan wel doen)...
We hebben onze tijd maar alternatief besteed: dagje IKEA, dagje familie, een beetje prutsen en knutselen, een middagje naar de schaatsbaan, en: een bezoek aan Beeld @ Geluid in Hilversum. Aanrader! Wij hadden tijd te kort, en zullen dat bezoekje op niet al te lange termijn herhalen.
Iemand thuis vond al die bezoekjes trouwens niet zo leuk... Poes Wifi heeft menige droevige blik geworpen. Vandaag (zondag) heeft ze ruim tijd genomen de kat uit de boom te kijken (rare uitdrukking in dit verband); blikken vol ongeloof en miskendheid hebben ons de zondag schuldbewust doen doorbrengen. Het sneeuwde trouwens ook, nog een reden om lekker knus bij de kachel te blijven hangen. En nu ligt de kat languit. Het vertrouwen is terug. Ze parkeert zich bij voorkeur op extreem warme plekken: de vloer met vloerverwarming, de kachel-met-handdoek, vlak voor de oven, dat soort plekjes. Alleen de warme douche ontloopt ze.
Zo eindigt de voorjaarsvakantie met weemoed. Een gestoofde kat, niet-gewenste sneeuw, gebrek aan voorjaar en de wetenschap dat het weer voorbij is.....
Aan het werk dan maar weer.

Kat en vrije tijd

Als ik zo af en toe mij eens bezin op de lopende taken helpt de kat ook even. Leuk hè? Ze observeert mij ook. Ze weet ook precies wanneer er wat afleidende activiteiten nodig zijn (niet dat ik dat dan ook meteen leuk vind). Op tafel stonden plotseling een paar potten met narcissen (zoals je die misschien zelf ook hebt staan). Waar die zo plots vandaan kwamen, ik weet het niet. ’t Zou kunnen dat mijn vrouw er iets mee te maken heeft. In elk geval: behalve narcisbollen zat er ook een of ander soort mos in, van dat hele fijne spul waar narcisbollen goed op gedijen. En de kat ook, alleen dan in wat andere zin. Terwijl ik mij dus verdiep in de regeldingen rondom technische zaken, verdiept de kat zich in het mos. Ze vindt dat ook een bijzonder aardige bezigheid, tenminste als je de omvang van de ravage aanschouwt. Als ik mij verdiep in… verdwijnt de wereld om mij heen. Tenminste, ik zie die wereld niet (en dus ook de ravage niet, en al evenmin ben ik mij bewust van de aanstichtster). Ben je wel eens rauw wakker geworden uit de verdieping? Ik wel. Natuurlijk, ik hoor lang niet alles en mis daarom wel eens wat van de wereld om mij heen; enige verheffing van volume is dan voldoende. Maar de noodkreet die me ditmaal deed ontwaken uit mijn overpeinzingen.... ’t Was bijna noodzakelijk geweest mijn hart te doen emigreren…. Welke heftige emoties kunnen een paar ontmantelde narcisbollen teweegbrengen… Waar de kat tegen het plafond klapte sloeg ik van schrik tegen de grond. Bijna had men ook van mij een narcisbol gemaakt. Ik hoop op een stevige vorstperiode, gedurende een week of twee, tot na de voorjaarsvakantie. Anders ben ik bang dat ik de hele vakantie verplicht narcisbollen sta te poten…

zondag 3 februari 2013

Landing

De titel van dit berichtje kun je letterlijk nemen. Afgelopen vrijdagavond landde het toestel dat heel veel Nederlandse bezoekers aan een studieweek in London terugbracht richting huis, met een flinke bons op vaderlandse bodem. Daarin ook vijf collega's en ikzelf, tot aan de nok toe gevuld met indrukken en ervaringen, en natuurlijk ook een voorraadje souvenirs. Dat het er zes waren mag een wonder heten. Eentje werd op London Gatwick nader aan de tand gevoeld betreffende de inhoud van een niet genoemd geurflesje, dat in een tas verborgen zat, de ander zag er vermoedelijk zo verdacht uit dat hij van top tot teen gefouilleerd werd. Eerlijk gezegd: als ik een Engelse terreurbestrijder was geweest had ik dezelfde persoon uit de rij gehaald. Maar goed: na enig aandringen uit onze groep mochten we ook het zesde lid van de delegatie mee het land uit nemen. Als souvenir, zeg maar.
Aan het eind van zo’n week vraag je je af: wat vertel ik wel, en wat houd ik nog even voor mezelf. Je kent het immers wel van je eigen vakantiereizen: mooie vakantie gehad, stapels foto’s, stoere verhalen… maar na vijf minuten dwaalt de aandacht van de achterblijvers al af. Ja, het was een waardevolle reis, omdat in de context van de razendsnelle ontwikkelingen die door de komst van het wereldwijde internet zijn aangejaagd, de vraag steeds urgenter wordt hoe onderwijs de burger en werknemer van deze eeuw bij de tijd kan houden.
Die werknemer van deze eeuw zal door voortdurende scholing zijn/haar kennis actueel moeten houden om interessant te blijven. En aan de andere kant: onderwijs zal moeten zorgen interessant te zijn voor de leerling die kennis ook elders wel kan halen (daar hebben we in het verhaal van Prof. Mitra een hele serie concrete voorbeelden van kunnen zien). Wellicht was een van zijn meest heldere uitspraken: naast familie, gezin en school heeft de leerling-van-nu een duidelijke groep van vrienden om zich heen, altijd bereikbaar. Die groep wordt steeds belangrijker, de school daarentegen steeds minder voor het leren. Tijdens een presentatie bij Apple werd dat prachtig zichtbaar. Een zaal vol ‘studenten’, allemaal voorzien van een iPad met internet, die bij een vraag van de presentator meteen ging zoeken op dat apparaat. Waarna de presentator vroeg: waarom vragen jullie niet aan mij, ik ben hier toch de leraar? Wat ik in elk geval nog met jullie wil delen: leerlingen van een Engelse school, uit de groepen 6 en 7, waren gevraagd een dagverslag te maken van de Appledag, met behulp van hun eigen iPads. Ik heb ze gesproken, gevraagd wat ze deden, en ik ben later op
de dag gaan kijken naar de resultaten. Er was een juf bij, maar die hield zich niet met het werk bezig. Wat een enthousiaste leerlingen, wat waren ze in staat hun verhaal te doen en op alle vragen een antwoord te hebben, wat hadden ze halverwege de dag een prachtige presentatie gemaakt…. Een leraar uit Noord-Holland, dit jaar voor het eerst bezig met zijn hele groep voorzien van een iPad, vertelde dat de rekenresultaten booming waren. Nee, niet door extra taken, maar door enthousiasme en thuisdoorwerkende leerlingen…. Niet alle conclusies maken vrolijk. Maar die lenen zich niet voor papier. Die spreek ik daarom eerst maar eens door met kat en hamster….