zondag 7 april 2013

Touwtje trekken


Het weekend zit er alweer op… Jammer, jammer, de zon begint net een beetje op gang te komen, en daar moeten wij alweer.
‘k Heb net het vakblad uit. Ik dacht: wie weet nog wat opbeurend nieuws. Opbeurend nieuws? Je kunt nog beter de beurskoersen bijhouden in deze crisistijd.
Dan ligt er nog een boek over het ’begeleiden van hoogbegaafde kinderen’; en bij het vakblad van vrouwlief zat een bijlage over het begeleiden van plusklassen. Op Linkedin een discussie over de titel ‘zorgcoördinator’; er zijn er die zeggen dat de basisschool deze coördinator moet hernoemen in talentencoördinator, talentscout, talentenbegeleider, etc. Als ik wat ik lees over het begeleiden van begaafde kinderen, over wat er in plusklassen wordt gedaan, over het geklier en geklooi van kinderen die niet voldoende in de ruif hebben, dan denk ik daar toch vaak bij: stel dat we nu eens serieus gingen kijken naar de talenten van ‘onze kinderen’ (=leerlingen), naar dat wat ze wel kunnen, wat zouden we er veel kinderen gelukkiger mee kunnen maken….



Nee, dan de kat. Al een aantal weken zat ze regelmatig op haar kattentorentje te kijken naar buitenverschijnselen: in de wind fladderende blaadjes, jong vogelspul in de kale bomen achter huis, overstekende katten (die onze tuin (!) wagen te betreden); ondertussen oefende ze met het laten trillen van snorharen, geblaas, het opbloeien van de staart, want ook gesimuleerde boosheid moet echt lijken. Nu de zon zo langzamerhand wat meer invloed krijgt, de oostenwind het heeft opgegeven, en de wereld er wat vrolijker uit gaat zien, krijgt Wifi de gelegenheid haar horizon te verbreden (hoewel het uitzicht voor een kat op tuinniveau nog niet veel horizon biedt). Aan een riempje en een flink stuk touw mag zij de tuin verkennen. Zij klimt nu dus in bomen, springt op de vijverrand, verstopt zich tussen planten, enz; al deze activiteiten hebben één ding gemeen: het touw zorgt ervoor dat zij uiteindelijk hopeloos verstrikt ergens vast is komen te zitten.
En zo blijkt een siamees dan uiteindelijk toch een superstom wezen te zijn. Immers: als je steeds verstrikt raakt zou je kunnen bedenken dat er dan iets veranderen moet in gedrag. Doe bijvoorbeeld niet steeds dezelfde stomme dingen. Blijf laag bij de grond. Loop niet elke drie minuten hetzelfde rondje. Wees niet zo allemachtig nieuwsgierig.
Een verstrikte kat moet gered worden. Iedereen in de familie heeft daar zo zijn eigen gewoonten voor
ontwikkeld: riempje los, kat uit de knoop halen, kat weg; slechte methode dus. Riempje vast laten zitten, kat uit de knoop halen en op de grond zetten. Herhaling na vijf minuten.
Zelf ben ik van het type: leer de kat wat ze fout doet en hoop op succes.
Ik trek dus aan het touwtje; zo nodig sleep ik haar de hele route terug. Na twee dagen heb ik mijn eerste succes al bereikt!. Kat worstelt niet meer tegen, maar gaat gerieflijk in het riempje hangen terwijl ik haar de route wijs. Toch, moet ik zeggen, zie ik nog niet echte eigen vrije wil; zou dat aan het touwtje liggen?
Superstom, zei ik? Of zou het een gebrek aan performale intelligentie zijn? Of een slecht ontwikkelde rechterhersenhelft? Of is het pestgedrag om mij uit mijn zondagse luie stoel te krijgen?

Als ik die kat nu een vergelijk met een willekeurige jonge leerling in de klas…. Nieuwsgierig? Zeker weten. Stomme dingen uitproberen? Ja zeker… In herhaling vallen? Ook. Slecht aan een touwtje kunnen wennen. Zeker weten!!
En als ik er aan ga trekken, en nog meer trekken? Een beetje leerling gaat dan ook gerieflijk touwtje-hangen… 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen