donderdag 5 april 2012

De materialist....


Aan het eind van de dag moet je als vader nog meer opletten dan anders, is mijn ervaring. Als je je kinderen naar bed brengt komen soms de diepste ontboezemingen en zielenroerselen voorbij. Voordat je het door hebt heb je weer existentiële opmerkingen gemist. Het kan van alles betreffen: een opmerking van een klasgenootje over een zieke opa of oma die de hele dag rondwaart in de geest van je eigen kroost, een belevenis op straat over hier niet herhaalbare jeugdvaktaal, of zomaar een opmerking in het algemeen over het ervaren van het dagelijks bestaan....

Zo had ik op zekere avond weer eens uitgebreid uitgepakt bij het voorlezen van het schone boek ‘Abeltje’;  voor wie het niet weet, het is ooit geschreven door één van Neerlands meest befaamde schrijfsters, Annie M.G. Schmidt. En al is het dan niet meer heel actueel qua taligheid, mijn jongste zoon ging en gaat volledig op in dit schone verhaal van een  liftjongen die de wereld per ongeluk rondreist per lift. Ongetwijfeld zal dat ‘uitpakkend voorlezen’ een bijdrage hebben geleverd aan het voortvaren van zijn geest op de flarden van mijn  woorden:  wie goed oplet tijdens het voorlezen ziet immers ook het effect van de gebruikte taal; je zag hem (mijn jongste dus)  mee zweven op het geluid van mijn klanken , en in de lift van Abeltje....

Aan voorlezen zit een begin, en alles wat een begin heeft kent ook een eind. Na diverse bladzijden bloemrijk te hebben voorgedragen besloot de vader in mij dat het nu slaaptijd was. Gewoontegetrouw is zoonlief het daarmee niet eens. Gewoontegetrouw ook krijg ik altijd mijn zin. En, uit de aard der gewoonte, is dat in zijn ogen niet eerlijk. Alles bij elkaar is het net opvoeden.
Voordat hij zich ter ruste legt maken we altijd nog even een praatje; soms is dat serieus, soms is het dikke pret, en altijd is het talig...! Dat is een opvallende eigenschap aan hem: hij speelt graag met woorden (ja, ja, al op zijn achtste). Ik doe graag aan dit afwisselende spel mee.
Nadat het boek terzijde was gelegd legde ik uit dat ik dit nu deed zodat hij kon gaan genieten van een goede nachtrust, waarna hij de volgende ochtend weer vrolijk naar school toe zou kunnen. Wat volgde was schokkend!

‘Hmmm...’, antwoordde hij, ‘school is saai’. Als schoolmeester hoor je dat niet graag (bij het op een later tijdstip reflecteren op dit gesprek, betrapte ik mij er op direct verdedigend op te treden voor het onderwijs in het algemeen en de juf in het bijzonder).
Ik antwoordde, dat het toch leuk was, de volgende ochtend klasgenoten te zien, en lekker aan de slag te kunnen. ‘Nee’, zo sprak hij eerlijk, ‘op school moet je zo hard werken. De juf zit maar een beetje in schriften te kijken en krullen te zetten, en wij moeten zo hard werken....’.
Op mijn reactie, dat het later, als ie groot was, nog erger zou worden, sprak hij de gedenkwaardige woorden: ‘Ja, maar dat vind ik toch leuker. Want dan krijg je er geld voor, en op school krijg je niks...’.

Ik was met stomheid geslagen! Jullie kennen me, wees eerlijk: zie je mij vaak met stomheid geslagen? (Je zou het wel willen...).  Misschien maakt hij binnenkort  nog wel een aanvullende opmerking, zoiets als: ‘Ik snap niet dat de juf er wel geld voor krijgt terwijl wij zo hard moeten werken.’ En wat moet ik dan zeggen?

Ach, ik weet het best. Hij ook. Hij ziet de levende voorbeelden thuis. Gelukkig. En hij zit ook zo in elkaar dat ie graag een klein beetje zit te jennen... Maar heel stiekem verdenk ik hem er van dat ie het inderdaad niet eerlijk vindt niets met de noeste arbeid te verdienen... En dan zit er toch iets scheef.

Ik denk aan de poster aan de wand van de personeelskamer van de school, de complimentenposter. En ik weet hoe belangrijk het is dat elk kind dikke pluimen verdient, elke dag weer. En niet één , maar veel! En ja, iedereen! Want daar doe je het toch voor? Als kind?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen