zondag 10 maart 2013

Verdekt opstellen

Verdekt opstellen
De coachingskalender vermeldde zaterdag een spreuk: “Waarom zeggen mensen ‘je’ als ze ‘ik’ bedoelen?”
Eén zo’n zinnetje kan je een heel weekend bezig houden (tenminste: dat lukt bij mij dan nog wel eens, ik heb toch niets anders te doen in een weekend). Kijk alleen maar naar de spreuk en ga er morgen eens op letten; zeg jij ook vaak ‘je’, terwijl je eigenlijk bedoelt iets te zeggen over jezelf?
Voorbeeldje: “Bij sommige mensen kijk je dwars door het huis.”  Of deze, ook heel mooi: “Een opleiding is wat je overhoudt als je alles vergeet van wat je op school geleerd hebt.”  “Het is moeilijk jezelf te zijn als je niet welkom bent.”
In elke zin lijkt het alsof het over iemand anders gaat, maar verander ‘je’ maar eens in ‘ik’...
Bij de eerste kun je dat doorkijkje pas weten als je zelf loopt te ‘gluren...’; de tweede uitspraak is van Albert Einstein, en ook hij vertaalt de werkelijkheid voor zichzelf. En de derde is een zinnetje van een immigrant...
Waarom zeg je dan niet gewoon ‘ik’ in plaats van ‘je’? Zou het zijn omdat je denkt dat het vervelend overkomt, of spreek je liever niet uit wat je er zelf ‘van vindt’? Bang voor het  oordeel van de ander?
Ik ben dus in dit weekend bezig mijn woorden te wegen, om te zien waar ik me schuldig maak aan projectie. Gaat het verhaal zondag ook nog over spiegelverhalen. Oh, oh. Confrontatie.
Nee, dan mijn kat. Die heeft dit, al is ze nog maar heel jong, allemaal al lang door. Dat is me toch een portret.
Allereerst heeft ze van ‘die buien’. Ik kan de oorzaak niet helemaal bloot leggen, maar dan is het net alsof er een duveltje bezit van haar neemt dat steeds roept: raus over de bank, raus over de bank, dat vinden ze niet leuk, dat vinden ze niet leuk. En dan raust ze ook over de bank. Je ziet het zo voor je: aanloop nemen, vol gas, sprong op de bank, nagels uit, met gillende poten in de remmen, geluid van remsporen op een stoffen bank, even wachten op de leuning met zo’n blik van: heb je het wel gehoord, om er dan, met jouw schreeuw van ellende om het stofje, in hoog tempo via allerlei wegen van door te gaan. Net als jij, scheldend op de kat, weer op je stoel bent gaan zitten en het kopje koffie weer op liphoogte hebt getild, zie die verr... kat de sokken er weer in om grijnzend voor de tweede keer op de leuning te kijken of jij je koffie nogmaals neerzet....

Een ander moment stelt ze zich verdekt op. Dat vraagt om verheldering. Soms weet je: nu kan ik beter even mijn mond houden, of: nu kunnen ze me beter even niet zien. Of: ik zal ze de schrik eens behoorlijk op het lijf jagen. Wel katlief heeft daar wat op gevonden.
Je weet wat er bij jou in de huiskamer staat. Toch? Je loopt er zo vaak langs. Hoe vaak zet je de dingen niet op hun plek? En als alles op zo’n plek staat, dan zie je ook niets bijzonders toch, als je door je kamer loopt?
Pas op, als je een kat hebt! Pas op, als je een kat hebt die er plezier in schept jou dwars te zitten. Pas op, als je een kat hebt die jou met genoegen de stuipen op het lijf jaagt....



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen