maandag 30 januari 2012

Spiegeltje, spiegeltje...

Weet je, het laat me niet los! De hele dag speelt het me door mijn hoofd. Net als ik er eventjes niet meer aan heb gedacht begint mijn collega er weer over, met een variatie. Die uitspraak van meneer Fricz, die van de bond, je weet wel, over de minister van onderwijs voor de spiegel. Hoe wéét ie het?
Ik geloof er niks van. Het wil er bij mij niet in dat onze minister van onderwijs zich 's morgens oppept door in de spiegel te roepen: "Ik ben minister, ik ben minister, ik ben minister!"  Eén keer misschien, maar is dat nu zo bijzonder? Ik roep 's morgens ook altijd wel wat tegen de spiegel, maar da's van de schrik. Of eh... zou dat bij mevrouw M. van Bijsterveldt ook het geval zijn... Gewoon: uit de schrik der gewoonte?

Stel dat ze dat nu gewoon één keer zou zeggen, zo voor de spiegel in de vroege ochtend, zo net nadat ze de agenda nog even heeft bekeken die 's morgens als een trouw hondje ligt te wachten op het baasje. Eén keer...; nou, van mij mag het. Wat een heerlijke ontdekking dat je, na terugkeer uit dromenland, weet dat je minister bent!  Hoera! Een soort Marja in Wonderland...

Twee keer? Moet ook kunnen, als er dan maar twee keer ook een vraagteken is te horen. Anders vind ik het al zo... eh, hoe moet ik dat nu zeggen... zo ontnuchterend klinken...

Maar drie keer? Ik geloof er niks van. Ik bedoel, wat moet je dan voor spiegel hebben? Enne, zeker weten, Marja wil geen praatjes over tot-drie-kunnen-tellen. Zij kan veel verder tellen: zeker wel tot driehonderd miljoen!

Nee, nee, het is allemaal kinne-sinne van die meneer Fricz. Zou hij thuis misschien geen grote spiegel hebben?
In elk geval is één ding zeker: als mevrouw van Bijsterveldt morgen iets roept in de spiegel, dan is het in elk geval niet: "ik ben lid van de Aob, ik ben lid van de Aob, ik ben lid van de Aob!"

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen