zondag 10 november 2013

Crisis


Aan het eind van deze zondag moet ik mij er toe zetten jullie Bronnieuws nog toe te zenden.
Na alle ervaringen van deze dag heeft vermoeidheid wel wat toegeslagen. Kerk- en familiebezoek (uit- en thuiswedstrijd), het behoorde vandaag allemaal tot het programma. En dat alles met een knagende drang in het lijf....

Al enige weken gelden opperde zoon één dat hij er wel wat in zag te verhuizen naar de tweede verdieping (tevens de bovenste verdieping van het huis). Nu roept hij wel eens vaker wat, en daarom liet ik het eerst maar wat bezinken; de waan van de dag en zo.
Helaas hield zoon één vol; na ampel overleg met zoon twee zag ook deze de voorgenomen verplaatsing van zoon één wel zitten, waarschijnlijk uit een geruime mate van eigenbelang. Immers:
- zoon twee zou er een grotere kamer aan overhouden èn,
- niet minder belangrijk, dit was een prima vorm van het scheppen van enige afstand….
Als vervolgens ook moeder-de-vrouw overtuigd raakt van nut, noodzaak en mogelijkheden van de interne verhuizing: ja, dan valt er als man weinig anders te doen dan de oude kleren uit de kast te halen, wat te rollen met spierballen en de schone taak aan te vangen.

Ik kan jullie vertellen dat dit geen pretje is. Is, ja, ik zit namelijk midden in het gebeuren. Nu weet ik wat ik vergeten ben bij de bouw van dit huis: de noodzaak van een vierde kamer op verdieping twee die als een soort doorgangsloods kan dienen. Bovendien kan ik dezer dagen de term ‘totale chaos’ tot in mijn tenen voelen. Wat een bende.
Weet je hoe het voelt als je met het volle gewicht van een kast van 2.20 hoog midden op de trap staat en drager twee moet ineens proesten? Of: wat betekent het als je met een ladenkast trede voor trede afdaalt en er mietert een stuk van een traptrede af waardoor je bijna met kast en al in het trapgat verdwijnt en een acute bijna-dood-ervaring je hart doet stokken? Op dat moment voel je heel even de diepere betekenis van ‘de dood in de ogen kijken’….

Vond de kat het in het begin nog wel spannend om wat rond te struinen in de bezittingen van de familie (wat allengs tot een toenemende onoverzichtelijkheid van volledig door elkaar gehusselde stapeltjes papieren leidde), na het echte begin van de verplaatsing-van-chaos heeft het beest zich niet meer laten zien. Het luie kreng (vergeef me de termen die ik bezig op zondag, het is mij nu ook duidelijk dat op zondagswerk weinig zegen rust, denk maar aan die trap) heeft zich gewenteld in doeken, opgerold als voetbal, en zich de rest van de dag op geen enkele wijze meer beziggehouden met de verhuizing. Nee, zelfs de vraag of ze wellicht nog van dienst kon zijn kwam haar niet over de lippen. Slapen en vreten. En af en toe wat grijnzen....

Hier zit ik, na een dag vol hoogten en diepten. Diep in mijn hart borrelde net de nogal demotiverende vraag op: en wat nu als zoon één straks op zijn achttiende besluit te gaan studeren en het ouderlijk huis (meer of minder tijdelijk) te gaan verlaten? Hoe kijk ik dan terug op deze zondag?
Zoon één is inmiddels redelijk gesetteld op zijn hoge uitzichtspost. De troep is geruimd…
Zoon twee heeft eveneens het grootste deel van de bezittingen verplaatst gezien worden en wentelt zich momenteel in de diepe rust van tevredenheid.

En ik? Moegeslagen ben ik terneer gezegen tussen wat eens mijn spullen leken. Als vijftiger kijk ik om mij heen en vraag mij af: hoe heb ik in vredesnaam ooit enige orde gehad (eerlijk, hè, enige orde)?
En erger: hoe krijg ik tussen nu en kerst weer een plekje voor mijn kerstboompje?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen