zondag 17 november 2013

Huiswerk voor de BHV

Vraag: hoe zit dat eigenlijk met de zich repeterende kreet dat ‘het moet van de inspectie’? (ter info:
bedoeld wordt de onderwijsinspectie).
Wat moet dan… Het gaat dan steevast over CITO-toetsen, over groepsplannen met stimulerende en belemmerende factoren voor iedereen, over kleutertoetsen en … Je zult maar onderwijsinspecteur zijn tegenwoordig; net zoiets als politieman. In de ogen van het publiek kun je het niet gauw goed doen. Maar PO-coördinerend inspecteur Bijsterbosch stelt dat scholen helemaal niet zoveel moeten van de inspectie; slechts methode-onafhankelijk toetsen: 1 kleutertoets tijdens de kleuterperiode (en dat kan een andere zijn dan de CITO-toets), en vijf methode-onafhankelijke toetsen, in groep 3, groep 4 en groep 6. Op basis van de resultaten daarvan wordt, na drie onvoldoende jaren onderzocht of je een zwakke school bent.
De entree-toets is een voorbeeld van een toets die niet hoeft, maar door scholen zelf ‘misbruikt’ wordt; er wordt hevig voor geoefend in veel groepen 7, terwijl je dan al zeven jaren wijsheid hebt zitten in je LVS. En: van de inspectie hoeft het niet….
In het boek: “Het Alternatief; weg met de afrekencultuur in het onderwijs” zou je vermoeden dat de kritiek op de onderwijsinspectie er nog een sausje overheen krijgt. Voor een deel is dat ook zo, er
wordt dan vooral gewezen naar politici en het voortdurend bijstellen van koers en doel. Maar (en dat is misschien meer tekenend voor wat de schrijvers van het boek stellen): onderwijzers en leraren ontbreekt het aan beroepstrots. Zij hebben zich onderaan de machtspiramide laten zetten (net zoals dat bij politie en zorg ook is gebeurd). En, als de beroepsgroep serieus wil dat het anders moet, dan moet die trots weer terug. Anders gezegd: als je het altijd aan anderen overlaat te zeggen wat kwaliteit is, dan heb je je uiteindelijk laten promoveren tot uitvoerder….
Eh… mag je best eens op reageren.
Moet je mij eens zien zitten, gebogen achter mijn computertje. Voorzichtig tikken mijn vingers op de toetsen. Een zweem van pijn trekt over mijn gezicht. Steeds weer neem ik het pincet ter hand. Verbaasd zit de kat achter mij naar mijn gejerimieer te luisteren, en steeds weer buigt ze zich, als ik verstoord terug kijk, over haar poten en likt haar voetzolen schoon.

Naast mij staat een schoteltje. Keurig net liggen ze, naast elkaar, in het gelid. Steeds als ik er eentje naast leg tel ik ze weer allemaal na. De vijfentwintig is reeds gepasseerd. Elk apart heeft een verhaal te vertellen. Elk apart is ook meer of minder rood getint. Bijzonder zou het zijn als elk er van een blijde gedachte zou oproepen. Helaas: slechts trieste herinneringen en scheldwoorden komen op.
Nog eenmaal loop ik vandaag de trap op. Onderweg, op de trap, tel ik de houtkrassen op de muur, de deuken in de verf.  Ik knip het licht aan op mijn ‘nieuwe studeerkamer-in-aanbouw’, en dan trekt eindelijk weer een vrolijke grimlach over mijn gezicht. Nog een weekje, dan zit het er op. Dan is eindelijk die hele interne verhuizing verleden tijd, zit ieder op een nieuwe locatie, zijn alle kamers-op-verdieping van aanblik en inhoud gewijzigd. Eindelijk zal ik mij dan terug kunnen trekken op een stil en rustig plekje in mijn huis, met overzicht over tuin en veranda. Nog even, en dan voel ik mij op vakantie, zelfs in eigen huis….
Daar liggen ze, nog steeds keurig in het gelid. Het rood is langzamerhand verdonkerd en gedroogd.
Elk met eigen geschiedenis. Vrijdag, zaterdag en (stiekem) ook een deel van de zondag is voorbij gegaan met zagen, timmeren en schuren. Steeds weer staken splinters uit mijn vingers, liep het bloed over hout, vertoonde elk deel sporen van mijn hamer- en zaaggeweld. Alsof het hout je persoonlijk afstrafte voor het gemartel.
Is er ook een inspectie voor boekenrekken? Is er ook een toets ter beoordeling van de zaagkunst?
Wat gebeurt er als ik mijn ton boeken in dit rek neerzet?
Waarom hadden ze in mijn HAVO-tijd toch geen houtbewerking op het rooster staan? Wie was er
toen minister van onderwijs? Gebrek aan opleiding. Waarom moet ik toch steeds bij plank vier of staander drie pas op het idee komen dat andersom werken beter gaat, dat ik nog een cirkelzaag zou kunnen gebruiken, dat een kruiskopschroef rommel is, dat een plank van drie meter lang niet kan buigen (zeker niet als het steigerhout is), dat een boor niet om de hoek kan, dat je een bouwtekening goed moet uitwerken….
En de kat? De kat heeft op vier meter afstand voortdurend staan loeren. En steeds zag ik een blik van verwachting op haar gezicht, als ik luid scheldend weer een splinter uit mijn fysiek weg trok.
Ze moet het hebben geweten: als het boekenrek voor ruim duizend kilo aan boeken klaar is, is er ook voor haar een hoekje over…

Eén troost. In januari 2014 mag ik weer op voor de bhv-cursus. Nou, m’n huiswerk zit er tegen die tijd wel op. En mijn rek ligt er dan wellicht weer af...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen