zondag 22 juni 2014

Is er leven na de vakantie?

Morgen begint de voorlaatste week van het schoolseizoen 2013-2014. Op de eerste schooldag van het schooljaar, 19 augustus 2013, had je niet kunnen denken hoe snel dit schooljaar zou gaan omvliegen. Even achteruit kijkend, en je zegeningen en zonden geteld: was het een waardevol jaar?

Hoe zou dat met de leerlingen zijn, hoe kijken zij er op terug? Hebben zij ook werkdruk ervaren, en zo niet, waarom niet? Want jij als leerkracht had dat toch wel? Hebben ze een schooljaar gehad dat hen gaat heugen, en waarom? Was het voor hen ook een jaar van waarde?
Ik stond er extra bij stil bij het lezen van een kort verslag van een onderzoek over pesten (ik geef je zo meteen ook de gegevens over dat onderzoek, zodat je weet dat dit er eentje van het serieuze soort was).
Voor het eerst is er een lange-termijn-onderzoek gedaan naar de effecten van langdurig gepest worden. De onderzoekers hebben daarbij gebruik gemaakt van gegevens van de British National Child Development Study, waarin 7.771 kinderen (die in dezelfde week in 1958 zijn geboren en vijftig jaar zijn gevolgd); toen zij 7 en 11 jaar oud waren is aan hun ouders gevraagd of de kinderen gepest werden. 28 % werd soms gepest, 15 % regelmatig.
Veertig jaar na het vaststellen van deze antwoorden is duidelijk dat dat pesten effecten heeft op meerdere gebieden. Groter risico op zelfmoord(-gedachten), slechter cognitief functioneren, minder waardering voor eigen leven en minder kans op relaties. Met name de groep die frequent gepest werd kende genoemde problemen.
Kortom: een school waar waarde van leven hoog staat aangeschreven wil ook het belang kennen van waardenvolle omgang.  Pesten blijft kinderen levenslang achtervolgen (het laat je nooit meer los).
(Takizawa R., Maughan B.,& Arsenault L. (2014): “ Adulth health outcomes of childhood bullying victumization; Evidence from a five-decade longitudinal British birth cohort”)

De huiveringen liepen mij over de rug, vooral toen de kat me voorbij liep. Het viel me al een tijdje op dat de kat altijd met een ruime boog om mij heen liep.  Nu heb ik grote schoenen en lange benen, en daar weet ik het eigenlijk aan. Maar zelfs als ik het beestje op mijn arm neem (gelukkig ook lange
armen, in verband met die boog) is te zien dat Wifi mij altijd enigszins wantrouwend aankijkt.
Overleg met de gezinsleden leverde een keiharde confrontatie op; als ‘ze’ tegen je zeggen dat ‘je de kat ook altijd plaagt’  en dat het beest ‘daarom niets van je moet hebben’, dan is dat wel een klap in je gezicht(zeker als je net die studie over pesten aan de kant hebt gelegd). Het is dus mijn schuld, dat deze kat voor de rest van haar leven aan zelfmoord zal denken, eigen leven minder waardeert, maar vooral relationele stoornissen heeft opgelopen. Verdedigende opmerkingen over ‘ schreeuwen tegen een kat die aan de bank krabt’ (vrouwlief), ‘spuiten met de waterspuit’ (kinderen), of over’ het gezamenlijk besluit tot sterilisatie’ (met funeste gevolgen voor relatie-ontwikkeling), het mocht allemaal niet baten.
Ik sta dus nu te boek als ‘kattentreiteraar’  die de rest van dit kattenleven tot een bezoeking maakt. Ik vind het erg. Aan de andere kant: het is ook een kans.

In dit land is het toch al doodgewoon om van rottigheid nog iets te maken.  Nee, ik richt geen politieke partij op. Ik ga een tv-programma-formule ontwikkelen onder die al genoemde titel. Dit keer wordt het geen hondenfluisteraar, maar ‘kattentreiteraar’ .


Maar eh… zonder gekheid… Zouden er ‘bij ons op school’ ook kinderen rondlopen, waarvan we kunnen denken: daar wordt een levenslang trauma opgebouwd?
Sterkte, deze week, en een extra oogje open dan toch maar….

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen